Home

Achtergrond 95 x bekeken

Achtergronden bij besluit waardering woning bij onttrekking naar privé-vermogen

Mr. P.L.F. Seegers gaat nader in op het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 4 juli 2007, waarover Agrocount reeds berichtte. Het betreft de herziening van het besluit dat gaat over de waardering van de woning bij onttrekking aan het ondernemingsvermogen.

Het besluit gaat zowel om de waardering bij een verplichte overgang naar het privévermogen (waardering tussen de 65%-75% van de vrije (onbewoonde) waarde) als bij een vrijwillige onttrekking (waardering tegen 80% van de vrije waarde). De herziening vindt plaats naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad van 10 november 2006, nr. 42.745. Voortaan kan een belastingplichtige zich alleen nog op het besluit beroepen indien de belastingplichtige voor de regeling volgens het besluit kiest in de desbetreffende aangifte, dan wel uiterlijk in de bezwaarfase.

In dat arrest van 10 november 2006 ging het om een ondernemer die zijn onderneming staakte en zijn woning overbracht naar het privévermogen. In de aangifte had hij de waarde van de woning opgenomen voor 55% van de vrije waarde. Hij had uitdrukkelijk aangegeven geen beroep te willen doen op het besluit dat leidde tot een waardering van 65% van de vrije waarde.

De inspecteur stelde de aanslag vast, waarbij hij de waarde van de woning had laten vaststellen op 71,5% van de vrije waarde. In een reactie op het verweerschrift van de inspecteur beroept belanghebbende zich bij het Hof alsnog op het besluit. De inspecteur acht dat te laat. Dat is begrijpelijk omdat het besluit beoogt – lastige – taxaties ter bepaling van de waardedruk door zelfbewoning te voorkomen (‘doelmatigheidsoogpunt’, ‘praktische werkwijze’). Heeft zo’n taxatie plaatsgevonden, dan is de efficiëntie niet bereikt die het besluit beoogt.

De Hoge Raad overwoog evenwel: “Het Besluit bevat geen nadere eis met betrekking tot tijdstip en gelegenheid waarop respectievelijk waarbij de belanghebbende zich daaromtrent moet hebben uitgelaten. Daarom kan de belanghebbende zich voor de feitenrechter nog op de beleidsregel van het Besluit beroepen, zelfs indien hij eerder een met de beleidsregel van het Besluit overeenkomend aanbod van de inspecteur heeft afgewezen. Nu belanghebbende zich uiteindelijk niet op het standpunt heeft gesteld dat het uit het Besluit voortvloeiende percentage in zijn geval onjuist is en hij zich op het Besluit heeft beroepen, heeft het Hof terecht geoordeeld dat het uit het Besluit voortvloeiende percentage moest worden toegepast”.

In het herziene besluit staat nu wel een termijn. Gekozen kan worden voor de toepassing van het besluit bij de aangifte en tot en met de bezwaartermijn. Wat de waarderingsytematiek en de te hanteren percentages betreft, zijn er geen nieuwe zaken opgenomen in het besluit.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Hij schreef dit artikel op persoonlijke titel.

Lees ook Overbrengen woning van ondernemingsvermogen naar privévermogen
Meer informatie De volledige uitspraak van de Hoge Raad, 10 november 2006
Meer informatie Het volledige besluit van 04-07-2007, nr. CPP07-521

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.