Home

Achtergrond 263 x bekeken

Splitsing koopsom in akte niet geaccepteerd

Als een agrarisch bedrijf aangekocht wordt, is de splitsing van de koopsom van het geheel over de diverse bedrijfsmiddelen van groot belang. Immers, op grond kan niet afgeschreven worden en op gebouwen wel. Verder spelen de landbouwvrijstelling en het feit dat sommige bedrijfsonderdelen privé-vermogen vormen een belangrijke rol.

Nu hebben koper en verkoper vaak een tegengesteld belang. De verkoper wenst een zo hoog mogelijk bedrag aan de landbouwgrond toegerekend te krijgen. Want op landbouwgrond is veelal de landbouwvrijstelling van toepassing, zodat over dit gedeelte van de koopsom geen belastingheffing verschuldigd is. Dit in tegenstelling tot de koper, deze wenst een zo laag mogelijk bedrag. Op landbouwgrond kan immers niet afgeschreven worden en op gebouwen wel.

Als bij de verkoop van het bedrijf ook onderdelen verkocht worden die tot het privévermogen behoren, dan is de winst die behaald wordt op dit vermogen onbelast. Voor de verkoper is het daarom aantrekkelijk om zoveel mogelijk waarde toe te kennen aan het privévermogen. In de praktijk gaat het dan vaak om de tot het privévermogen behorende ondernemerswoning.

Bereiken de koper en de verkoper overeenstemming over de splitsing van de koopsom, dan kan deze in de overeenkomst tot verkoop en/of notariële akte vastgelegd worden. Als deze vastlegging plaatsvindt, zijn beide partijen in de meeste gevallen ook voor de fiscale splitsing hieraan gebonden. Dit heeft de Hoge Raad inmiddels meermalen bevestigd. Deze vlieger gaat echter niet altijd op. Als er een te groot verschil zit tussen de reële waarde en de door partijen toegedeelde waarde, wordt de splitsing in de akte niet gevolgd. Hiervoor in de plaats komt dan een door deskundige taxateurs vastgestelde splitsing van de koopsom.

De bewijslast dat de splitsing in de akte niet juist is, ligt bij de belastinginspecteur. In de praktijk blijkt dit een zware bewijslast waar niet vaak aan voldaan kan worden. Slechts in zeer sprekende gevallen slaagt de inspecteur in deze bewijslast. In een recente uitspraak van de Hoge Raad is de inspecteur wel in deze bewijslast geslaagd. In dit geval werd aan de tot het privévermogen behorende woning ruim tweemaal zoveel waarde toegekend dan door waardedeskundigen werd gedaan. Deze splitsing was het Hof Leeuwarden en de Hoge Raad te gortig.

Kort samengevat betrof het de volgende zaak. Belanghebbende exploiteert een glastuinbouwbedrijf. De woning behoort tot zijn privévermogen. In juni 2002 verkoopt belanghebbende zijn bedrijf inclusief de woning voor een bedrag van €1.770.000 aan een woningstichting. In de koopovereenkomst is de koopsom gesplitst in €680.000 voor de woning en €1.090.000 voor de rest. De Belastingdienst heeft de woning op 10 juni 2002 getaxeerd op €308.000. In geschil is welke waarde aan de woning moet worden toegekend.

Het Hof Leeuwarden heeft overwogen dat de inspecteur de bewijslast heeft van de stelling dat de in werkelijkheid door de belanghebbende ontvangen vergoeding voor de woning afwijkt van het bedrag dat is neergelegd in de koopovereenkomst. Volgens het Hof is de inspecteur in deze bewijslast geslaagd, onder meer vanwege het grote verschil in waarde van de woning, zoals blijkt uit de koopovereenkomst en de door een ambtelijk deskundige in een taxatierapport vastgestelde waarde voor de woning. De Hoge Raad verklaart vervolgens het ingestelde cassatieberoep ongegrond onder verwijzing naar art. 81 Wet RO. De Belastingdienst wint dus het geschil.

Mr. P.L.F. Seegers, Voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost. Geschreven op persoonlijke titel.

Meer informatie De volledige uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden, 11 augustus 2006
Meer informatie over de uitspraak van de Hoge Raad is aldaar te verkrijgen, bel 070-361 13 11

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.