Home

Achtergrond 73 x bekeken

Verruimde definitie natuurterreinen in Natuurschoonwet

De aanpassing van de Natuurschoonwet 1928 zal halverwege 2007 plaats vinden. Deze wet maakt het mogelijk dat eigenaren van een landgoed onder bepaalde voorwaarden belastingvoordelen kunnen genieten. De belangrijkste wetswijziging is dat de definitie van natuurterreinen is verruimd.

Voorheen beperkte de definitie zich tot de opsomming van bepaalde terreintypen maar nu is deze uitgebreid met diverse natuurlijke graslanden. Met de uitbreiding is ook nieuwe en nog te ontwikkelen natuur aan te merken als een deel van een landgoed.

Ook omgevormde landbouwgronden naar natuur kunnen straks onder de Natuurschoonwet vallen. Terreinen die in gebruik zijn als landbouwgrond kunnen ook onderdeel uitmaken van een landgoed, mits deze voldoende zijn omzoomd met houtopstanden. Nieuw is dat deze houtopstanden niet meer in eigendom hoeven te zijn van de landgoedeigenaar.

De Natuurschoonwet is gewijzigd vanwege het oneigenlijk gebruik van de fiscale faciliteiten, met name door ten onrechte extra percelen onder het landgoed te scharen die op zich niet bijdroegen tot het natuurschoon. Voortaan is daarom de gezamenlijke rangschikking van een klein perceel alleen nog maar mogelijk als er tussen beide objecten een aantoonbare historische band aanwezig is.

Tot slot is de regel toegevoegd dat de rangschikking van kleine percelen van maximaal één hectare alleen mogelijk is als er op dat perceel een gebouw staat dat voor 1940 is gebouwd en uiterlijk zijn karakter heeft behouden.

Meer informatie Natuurschoonwet op LNV-Loket

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.