Home

Achtergrond 1207 x bekeken

Verlaagd Btw-tarief in de landbouw:
het luistert ERG nauw

Bijna tegelijkertijd verschenen op fiscaal gebied twee tegengestelde rechterlijke beslissingen, die voor bedrijven die gebruik maken van de diensten van uitzendbureaus of agrarische loonbedrijven van belang zijn. Het betrof een beslissing van de Rechtbank Arnhem en een beslissing van het Arnhemse Gerechtshof. Moraal van het verhaal: doet u zaken met de verkeerde club, dan bent u als ondernemer geen 6% maar 19% omzetbelasting (btw) verschuldigd.

Een ondernemer dreef , als eenmanszaak, een uitzendbureau. Het door hem ter beschikking gestelde personeel verrichtte werkzaamheden voor pluimveebedrijven. Denk hierbij aan zaken als het laden en lossen, alsmede het enten van kippen. Tussen deze ondernemer en de fiscus ontstond verschil van mening over het van toepassing zijnde Btw-tarief.

De fiscus was van mening dat het hoge tarief van 19% van toepassing was. De ondernemer vond dat zijn diensten vielen onder een bijzondere regeling (Tabel I, b, post 13 a, behorende bij de Wet OB). Hierin is geregeld dat agrarische loonbedrijven onder het verlaagde tarief van 6% vallen. En ook uitzendbureaus in de landbouw kunnen daaronder vallen, aldus de ondernemer. De rechtbank was het met hem eens en gaf hem gelijk. De inspecteur ging in hoger beroep bij het Arnhemse gerechtshof.

De ondernemer verklaarde op de rechtszitting dat hij enkel personeel uitleende aan dienstverlenende bedrijven. Hij deed dus geen zaken met de boer zelf, maar slechts met ‘agrarische dienstverleners’. En hier ging het mis. Naar de mening van het Gerechtshof is het voor het lage tarief essentieel dat de betreffende werkzaamheden rechtstreeks voor landbouwers verricht worden.

Wie slechts personeel aan niet-agrariërs uitleent, bijvoorbeeld aan loonbedrijven, dient het hoge Btw-tarief van 19% in rekening te brengen. De ondernemer kreeg van het Hof ongelijk, en kreeg ook nog een (weliswaar kleine) fiscale boete om de oren. Over dat laatste zou ik de mening van de Hoge Raad nog wel eens willen horen, maar voor een paar tientjes moet u natuurlijk niet naar de Hoge Raad gaan. Tenzij het een principekwestie is. Maar principes kosten geld!

Vraag is of deze beslissing voor de agrarische sector nadelig uitpakt. Betekent het hoge Btw-tarief dat loonbedrijven in rekening gebracht krijgen ook dat hun kostprijs zal stijgen? Een stijging die uiteraard doorberekend zal worden aan de afnemers. Dat lijkt allemaal wel mee te vallen. Want voor degene die wel rechtstreeks zaken doet met de boer blijft het lage Btw-tarief wel van toepassing.

En het feit dat een ondernemer (in dit geval het loonbedrijf) meer omzetbelasting in rekening gebracht krijgt is voor hem niet van belang. Deze btw kan hij immers, anders dan de meeste landbouwers, gewoon verrekenen of terugkrijgen. De beslissing van het Arnhemse Hof vormt dus geen een excuus voor een hogere rekening van het loonbedrijf!

S.F.J.J. Schenk (Directeur Fiscale Zaken Gibo Accountants en Adviseurs)

Meer informatie Volledige uitspraak van de Rechtbank van Arnhem
Meer informatie Volledige uitspraak van het Gerechtshof van Arnhem

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.