Home

Achtergrond 348 x bekeken

Verbouwen op kosten van de fiscus?

Het staken van de onderneming, en daarmee het ook in fiscale zin staken van de bedrijfsvoering is (helaas) een veel voorkomend verschijnsel. We weten inmiddels wel hoeveel boeren dagelijks(!) er een punt achter zetten. We weten ook dat het aantal stakers (veel) groter is dan het aantal ondernemers met een opvolger. Het is niet anders.

De meeste stakers blijven ook na de bedrijfsbeëindiging op de boerderij wonen. Het is begrijpelijk dat mensen die hun leven lang op de boerderij hebben gewoond, gewerkt en geleefd daar ook willen blijven wonen. Aan deze gang van zaken zijn veel fiscale gevolgen verbonden. Voor welke waarde mag de boerderij vanuit het ondernemingsvermogen over naar privé? Is hierbij sprake van een waardedrukkend effect als gevolg van zelfbewoning? En als al sprake is van waardedruk, ziet die dan enkel op de woning, of ook op de andere gebouwen die mee over gaan naar privé? Wat is in dit verband de rol van de landbouwvrijstelling? Vaker dan u wellicht zou denken speelt in dit verband zelfs de bosbouwvrijstelling regelmatig een rol!

Wat ook regelmatig aan de orde komt is dat men te maken krijgt met de fiscale gevolgen van verbouwingen of juist van sloop. Oude en ontsierende bedrijfsgebouwen worden kort voor de staking gesloopt. De kosten hiervan worden ten laste gebracht van de winst. Daarnaast hebben er in het verleden regelmatig verbouwingen plaatsgevonden. Soms hebben die de boekwaarde van het gebouw verhoogd, vaker nog worden dergelijke verbouwingen afzonderlijk geactiveerd, en er wordt dan vervolgens afzonderlijk op afgeschreven. Wat is het gevolg van dergelijke (geactiveerde) verbouwingen als de onderneming wordt gestaakt terwijl de verbouwing nog niet volledig ten laste van het resultaat is afgeschreven.

In de eerste plaats zal men zich moeten afvragen of de eerder gedane uitgave nog van nut kan zijn. Wie nog een melktank met leidingen op de balans heeft staan, maar zijn bedrijf staakt en in de boerderij blijft wonen ‘heeft niets meer’ aan deze installatie. De verbouwingskosten kunnen bij staking volledig en in één keer in mindering worden gebracht op het resultaat. Dat is anders als de eerdere gedane uitgave ook na de staking nog van nut kan zijn voor de bewoner van het pand. In een (niet-agrarische) zaak had een onderneemster haar eerdere verbouwing nog in de boeken staan voor meer dan ƒ 42.500. Bij staking wenste zij dit bedrag af te boeken van haar stakingswinst. De inspecteur toonde echter met een taxatierapport in de hand aan dat de verbouwing ook na de staking nog een waarde had van ƒ 25.000. De stakingswinst mocht dus niet met de volle afboeking van de verbouwing worden verminderd, maar slechts met ƒ 42.500 minus ƒ 25.000, oftewel ƒ 17.500. De onderneemster was in deze zaak verder nog erg boos, omdat de inspecteur pas bij de rechter met een taxatierapport kwam aanzetten. Dat werd door de belastingrechter echter toegestaan (HR 27 april 2007, 43.500).

Moraal van het verhaal: ga er niet zonder meer van uit dat ingeval van staking nog niet afgeschreven verbouwingskosten in één keer aftrekbaar zijn. En zorg in voorkomende gevallen voor een deugdelijk en onderbouwd taxatierapport, waarin wordt aangegeven waarom de eerdere gedane verbouwing na staking van de onderneming eerder tot last dan tot lust is.

S.F.J.J. Schenk (Directeur Fiscale Zaken Gibo Accountants en Adviseurs)

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.