Home

Achtergrond 588 x bekeken

Ontbinding maatschap is geen bijzondere omstandigheid voor heretikettering

Fiscaal zijn er drie soorten vermogen. Verplicht ondernemingsvermogen, verplicht privé-vermogen en keuzevermogen. Als er sprake is van verplicht ondernemingsvermogen (denk aan in het eigen bedrijf gebruikte landbouwgrond) dan moet dit vermogen op de fiscale balans opgenomen worden.

Bij verplicht privé-vermogen (denk aan de pony van de dochter) mag dit vermogen niet op de balans worden opgenomen. De derde variant betreft het zogenaamde fiscale keuzevermogen. Dit zijn bedrijfsmiddelen die zowel voor de zaak als voor privé gebruikt worden (denk hierbij aan de bedrijfswoning voor een agrariër).

Zoals het woord keuzevermogen al aangeeft, kan bij deze bedrijfsmiddelen gekozen worden of het bedrijfsmiddel op de balans opgenomen wordt of niet. De ondernemer kan echter niet willekeurig zo’n bedrijfsmiddel van de balans halen of erop plaatsen. Is eenmaal voor ondernemings- of privévermogen gekozen dan zit je daaraan ook vast.

Alleen als er sprake is van een zogenaamde bijzondere omstandigheid mag deze keuze alsnog worden herzien. Van een bijzondere omstandigheid is bijvoorbeeld sprake indien er een zeer ingrijpende wetswijziging plaatsvindt. Zo is bijvoorbeeld de invoering van de Wet IB 2001 aangemerkt als zo’n bijzondere omstandigheid.

Soms blijkt achteraf dat de keuze voor ondernemings- of privévermogen niet de meest fiscaal optimale is geweest. Dan wordt vaak alsnog getracht om de keuze te herzien. Dit speelde ook in de zaak die behandeld is in de uitspraak van Hof Amsterdam van 16 maart 2007. In dit geval stelde de ondernemer dat het aangaan van een maatschap een bijzondere omstandigheid was die keuzeherziening rechtvaardigde. Hij kreeg echter van het Hof nul op zijn rekest.

De zaak zat als volgt in elkaar:
De ondernemer drijft samen met zijn broer en vader in maatschapverband een melkveehouderij. Deze maatschap wordt op 31 december 1997 ontbonden. Vanaf 1 januari 1998 zetten belanghebbende en zijn broer de melkveehouderij voort. Tot het ondernemingsvermogen van de oude maatschap behoorde onder meer een perceel grond. De ondernemer wenste op het perceel grond een tweede woning te bouwen waarvoor grond is onttrokken aan het ondernemingsvermogen.

Voor de bouw van deze woning is door B&W een vergunning afgegeven door het geven van een vrijstelling van het geldende bestemmingsplan. In geschil is op welk tijdstip gedurende het belastingjaar 1998 belanghebbende mocht overgaan tot onttrekking van de kavel aan het ondernemingsvermogen naar aanleiding van de bouw van een tweede bedrijfswoning.

Het Hof overwoog: op de eerder gemaakte keuze kan niet meer worden teruggekomen, tenzij sprake is van een bijzondere omstandigheid. De ontbinding van de oude maatschap gevolgd door de voortzetting in de nieuwe maatschap (die is aangegaan met terugwerkende kracht) van de onderneming vormt geen bijzondere omstandigheid.

Ook is niet aannemelijk gemaakt dat zich eerder dan de datum van verlening bouwvergunning een bijzondere omstandigheid heeft voorgedaan die overbrenging naar privé rechtvaardigt. Dit leidt tot een belastbare boekwinst ter grootte van het door de inspecteur verdedigde bedrag. Het beroep is vervolgens ongegrond verklaard.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel.

Meer informatie Volledige uitspraak van het Gerechtshof van Amsterdam

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.