Home

Achtergrond 100 x bekeken

Onderzoek LEI naar verbreding door ontwikkeling zorg of recreatietak

Boeren en tuinders die hun bedrijf verbreden door de ontwikkeling van een zorg- of recreatietak zouden zich, naast de nadere concretisering van de kostprijs, moeten richten op een verdieping van het ondernemerschap. Dat concluderen onderzoekers van het Landbouweconomisch Instituut (LEI).

Het LEI onderzocht in opdracht van het ministerie van LNV een aantal vragen rond bedrijfsontwikkeling, investering en financiering bij deze vormen van verbreding. Hieruit blijkt dat veel agrarische ondernemers maar een beperkt zicht hebben op de economische kant van de zaak.

Het aantal agrarische bedrijven met recreatie is tussen 2003 en 2005 met 16 procent toegenomen tot ruim 2800 bedrijven. De ontwikkeling hiervan binnen een bedrijf gebeurt meestal geleidelijk. De investering blijft hierdoor beperkt en de financiering kan van binnen uit komen.

Als het om grote investeringen gaat is vaak het hele bedrijf onderpand en wordt naar de rentabiliteit van het bedrijf gekeken. Speciale financieringsproducten voor de recreatietak zijn er nog niet.

De zorgtak op agrarische bedrijven is heel divers door al de verschillende soorten zorg. Het aantal zorgboerderijen is de afgelopen tien jaar vertienvoudigd tot ongeveer 720. Het opzetten van een zorgtak gebeurt meestal op initiatief van de boerin, al dan niet met werkervaring in de zorgsector.

Ook hier is de ontwikkeling meestal geleidelijk en zonder al te hoge kosten. Pas als de zorggroep een bepaalde grootte bereikt, vraagt dit om meer investeringen. Over deze kosten is weinig bekend. Dat is ook de reden dat verstrekkers van een lening kijken naar het hele bedrijf.

Dit staat volgens het LEI een verdere ontwikkeling van de zorgtak in de weg. Een goede onderbouwing van bedrijfseconomische aspecten is nodig voor investeringsbeslissingen en voor onderhandelingen met andere instellingen in de zorg.

Volgens het LEI zou de overheid een faciliterende rol kunnen spelen bij de ontwikkeling van ondernemerschap en bedrijfseconomische kennis. Op deze manier worden boeren en tuinders zich bewust van hun ondernemerscompetenties en de bedrijfseconomische consequenties van bepaalde keuzes.

Verder is er volgens het instituut behoefte aan gerichte monitoring van het economische rendement van verbredingsactiviteiten. Dit is met name in de zorg het geval. Ontbrekende informatie over kosten belemmeren deze informatie momenteel.

Naast de extra inkomsten van nevenactiviteiten op bedrijfsniveau is de economische impact van de activiteiten buiten de agrarische sector interessant. Oftewel de effecten van de verbreding op de vitaliteit van het platteland op langere termijn.

Meer informatie Het volledige rapport van het LEI over bedrijfsontwikkeling in zorg en recreatie in de agrarische sector

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.