Home

Achtergrond 254 x bekeken

Ook ‘minder nuttige uren’ tellen mee voor het urencriterium zelfstandigenaftrek

Alle tijd die wordt besteed aan werkzaamheden met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming tellen mee voor de zelfstandigenaftrek. Het is de ondernemer die bepaalt of bepaalde werkzaamheden nut hebben voor de onderneming. Dat heeft de Hoge Raad bepaald.

Als een ondernemer voldoet aan het urencriterium sleept hij of zij een groot aantal fiscale faciliteiten binnen. Het urencriterium bedraagt 1.225 uur per jaar. Zijn de aan de onderneming bestede uren minder dan 1.225 uur dan mist de ondernemer onder meer de fiscale faciliteiten van de ondernemersaftrek en de oudedagsreserve.

De ondernemersaftrek bestaat uit de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek, de startersaftrek en de stakingsaftrek. Het fiscale voordeel van het voldoen aan het urencriterium bedraagt al snel enkele duizenden euro’s per jaar.

Het is voor de meeste full-time ondernemers geen enkel discussiepunt of voldaan wordt aan het urencriterium van 23,55 uur per week (= 1.225 uur per jaar). Werkweken van 50 tot 60 uur per week zijn immers volstrekt normaal voor het overgrote deel van de ondernemers.

Betreft het echter een kleine of startende onderneming dan kan het de vraag zijn of wel of niet aan het urencriterium wordt voldaan. Met name bij deze ondernemingen is het van belang te weten welke uren mee mogen tellen of niet. De Hoge Raad heeft in haar arrest uitgemaakt dat ook minder “nuttig bestede uren” meetellen voor het urencriterium.

Het arrest betreft in het kort de volgende zaak: de ondernemer is in dienstbetrekking als belichter en drijft daarnaast een eenmanszaak als belichter en adviseur voor belichting. Hij heeft in het onderhavige jaar 706 uur besteed aan de bouw van een website en voorts nog 600 uur voor zijn onderneming gewerkt.

Het Hof te Amsterdam oordeelde dat de ondernemer geen recht heeft op zelfstandigenaftrek, omdat slechts een fractie van de 706 aan de website bestede uren aan werkzaamheden voor de onderneming kunnen worden toegerekend. Het hof is onder meer van oordeel dat de website niet zozeer dienstbaar is aan de onderneming dat hieruit meer of nieuwe ondernemingsactiviteiten zijn ontstaan en dat de werkzaamheden aan de website niet in belangrijke mate bijdragen aan de wijze waarop de ondernemer zijn inkomen verwerft.

De Hoge Raad stelt dat werkzaamheden die worden verricht om een als verplicht ondernemingsvermogen of als keuzevermogen aan te merken goed te maken, werkzaamheden zijn die worden verricht met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming. Niet duidelijk is of het hof deze regels heeft toegepast. De Hoge Raad vernietigt en verwijst de zaak daarom naar een ander Hof die het opnieuw moet gaan beoordelen.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel.

Meer informatie Volledige uitspraak van de Hoge Raad

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.