Home

Achtergrond 167 x bekeken

Ontwerpbesluit wijziging Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij

Het Ontwerpbesluit wijziging Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij (interne saldering) wat vandaag in de staatscourant is gepubliceerd wijzigt het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij (Besluit huisvesting) op een drietal onderdelen.

Mogelijk maken intern salderen
Intern salderen betekent dat als in een deel van de huisvestingssystemen van een inrichting een techniek wordt toegepast die een lagere emissie tot gevolg heeft dan wettelijk vereist is, overige huisvestingssystemen hoeven (voorlopig) niet aangepast te worden. De voorwaarde die hieraan verbonden is dat ten minste dezelfde reductie wordt bereikt als wanneer de huisvestingssystemen afzonderlijk zouden voldoen aan de emissienormen.

De werkwijze met betrekking tot intern salderen is als volgt. Eerst wordt aan de hand van de aangevraagde huisvestingssystemen en het aantal en soort te houden dieren een optelsom gemaakt van de ammoniakemissies uit de afzonderlijke huisvestingssytemen. Hieruit volgt de totale ammoniakemissie van de inrichting in de aangevraagde situatie. Deze wordt vergeleken met de totale omvang van de ammoniakemissie die de inrichting zou veroorzaken als alle huisvestingssystemen exact aan de maximale emissiewaarden van het Besluit huisvesting zouden voldoen. Deze wordt berekend door het aantal te houden dieren te vermenigvuldigen met de voor de betreffende diercategorie geldende maximale emissiewaarde

Indien de ammoniakemissie uit de inrichting op basis van de aangevraagde situatie gelijk is aan of lager is dan deze berekende ammoniakemissie, wordt voldaan aan de eisen van dit gewijzigde Besluit huisvesting. Er zijn dan ook geen verdere aanpassingen van de huisvestingssystemen nodig. Het voordeel van intern salderen is tijdelijk. Nieuwe huisvestingssystemen zullen ook bij intern salderen moeten voldoen aan de emissienormen van het Besluit huisvesting.

Laten vervallen datum 30 oktober 2007 (IPPC-bedrijven)
Op 31 oktober 2006 is door de Tweede Kamer een motie aangenomen, met het verzoek om de datum van 30 oktober 2007 waarop bestaande IPPC-bedrijven moeten voldoen aan maximale emissie-eisen te schrappen uit het Besluit huisvesting. Het is mogelijk dat het bevoegd gezag bij de beoordeling van de beste beschikbare technieken (BBT) op grond van het Besluit huisvesting bij bestaand IPPC-bedrijf tot de conclusie komt dat een bestaand huisvestingssysteem ook nog na 30 oktober 2007 voor een bepaalde periode kan worden toegestaan zonder aanpassingen.

Het schrappen van de datum betekent niet dat die datum niet meer van belang is. In artikel 22.1a van de Wet milieubeheer is namelijk bepaald dat het bevoegd gezag (gemeente) ervoor moet zorgen dat milieuvergunningen van IPPC-bedrijven, uiterlijk met ingang van 31 oktober 2007 in overeenstemming moeten zijn met de IPPC-richtlijn. Wel ontstaat er door het schrappen van de datum uit het Besluit huisvesting ruimte voor gemeenten bij de beoordeling van de BBT voor deze bedrijven.

Wanneer de gemeente aan de hand van de vergunningaanvraag van oordeel is dat voor de bestaande huisvestingssystemen factoren zijn waardoor er ook na 30 oktober 2007 minder strenge emissie eisen dan die van het Besluit huisvesting volstaan kan worden, is dat toegestaan. Dit kan aan de orde zijn indien inrichtingen gedwongen worden om veel eerder aanpassingen door te voeren dan binnen de sector gebruikelijke afschrijvingstermijnen (pluimvee 10 á 12 jaar en varkens 15 á 20 jaar).

Het bevoegd gezag krijgt nu de mogelijkheid daar rekening mee te houden. Het eventueel verschuiven van de termijn moet goed worden gemotiveerd. Misschien dat een stappenplan een optie is. Met het schrappen van de datum uit het Besluit wordt een individuele beoordeling per inrichting door het bevoegd gezag mogelijk gemaakt.

Introductie afwijkingsbevoegdheid tot het stellen van strengere emissie-eisen
Aan het bevoegd gezag wordt de bevoegdheid verleend om aan IPPC-bedrijven strengere emissie-eisen te stellen dan de emissie-eisen die in het Besluit huisvesting generiek per diercategorie worden gesteld. Sommige inrichtingen kunnen voldoen aan de emissie-eisen uit het Besluit, maar zij voldoen daarmee nog niet aan het beschermingsniveau van de IPPC-richtlijn. Voor elke vergunningaanvraag van een IPPC-bedrijf dient dan ook een expliciete toetsing plaats te vinden aan het beschermingsniveau van de IPPC-richtlijn.

Uit recente Raad van State uitspraken blijkt dat de IPPC-richtlijn altijd een individuele beoordeling moet worden gemaakt, waarbij zo nodig wordt afgeweken van algemene regels. Dit geldt zowel voor het vaststellen van het niveau van de BBT als van de mogelijkheid om vanwege de technische kenmerken en de geografische ligging en plaatselijke milieuomstandigheden strengere emissie-eisen op te leggen dan op grond van BBT gerealiseerd kunnen worden.

ing. M. van Beers (Hendrix UTD)

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.