Home

Achtergrond 132 x bekeken

Emigratie-constructie met BV door rechtbank getorpedeerd

Veel emigrerende ondernemers die in het buitenland een nieuw bedrijf willen opzetten maken gebruik van de mogelijkheden die de besloten vennootschap (BV) geeft. Eén van de varianten waarvan gebruik gemaakt wordt, is de faciliteit van de geruisloze inbreng. Om misbruik van de faciliteit van de geruisloze inbreng te voorkomen heeft de wetgever in de standaardvoorwaarden die afgegeven worden bij de geruisloze inbreng anti-misbruikbepalingen opgenomen.

Eén van de antimisbruikbepalingen staat in de eerste standaardvoorwaarde: de aandelen van de BV mogen niet binnen een periode van 3 jaren na de inbreng vervreemdt worden. Met een vervreemding wordt gelijkgesteld emigratie van de aandeelhouders binnen de periode van drie jaar. Enkele fiscalisten zijn van oordeel dat deze standaardvoorwaarde strijdig is met het Europese recht. Artikel 43 van het EG-verdrag (vrijheid van vestiging) zou geschonden worden door de eerste standaardvoorwaarde. In die visie is de eerste standaardvoorwaarde –wat dit onderdeel betreft – onverbindend.

In een recente uitspraak van de rechtbank van Arnhem van heeft de rechtbank echter beslist dat de eerste standaardvoorwaarde wel verbindend is. Er is geen strijd met artikel 43 van het EG-verdrag. De rechtbank overweegt het volgende: “De eerste standaardvoorwaarde heeft als doel om kunstmatige constructies die zijn bedoeld om aan fiscale afrekening over stakingswinst te ontsnappen, van een belastingvoordeel – in de vorm van een geruisloze omzetting – uit te sluiten.

Een dergelijke regeling is geoorloofd, mits deze niet verder gaat dan noodzakelijk is ter bereiking van het doel dat daarmee wordt nagestreefd. De vervreemding van de bij de inbreng in een BV verkregen aandelen – waaronder tevens emigratie is begrepen – binnen drie jaar na de inbreng vormt een aanwijzing voor de aanwezigheid van misbruik, maar de belastingplichtige kan op elke gewenste wijze aannemelijk maken dat geen sprake is van een kunstmatige constructie.

Indien aannemelijk wordt gemaakt dat dit niet het geval is, blijft de geruisloze omzetting van toepassing. Naar het oordeel van de rechtbank gaat het weerlegbare bewijsvermoeden van de eerste standaardvoorwaarde daarmee niet verder dan noodzakelijk is om kunstmatige constructies uit te sluiten, zodat deze niet in strijd is met artikel 43 EG-verdrag. De hierop gerichte beroepsgrond van eisers faalt daarom.”.

Naar alle waarschijnlijkheid zal belanghebbende hoger beroep instellen. Het belang is groot genoeg om van een hogere rechter een principiële uitspraak te verlangen.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.