Home

Achtergrond 132 x bekeken

Waardeveranderingen gedurende verpachte periode niet onder landbouwvrijstelling

De landbouwvrijstelling is alleen van toepassing als de grond in het eigen landbouwbedrijf in gebruik is. De waardeontwikkeling gedurende de periode dat de grond verhuurd of verpacht is, valt niet onder de landbouwvrijstelling. Waardestijgingen of waardedalingen in deze verhuurde of verpachte periode zijn dan ook normaal belast. Dit geldt ook voor een vergoeding wegens waardedaling van landbouwgrond. Dat heeft het Gerechtshof van Den Haag bepaald.

De feiten in het beslechte geschil waren de volgende: de tuinder oefende in het jaar 2000 een landbouwbedrijf uit, bestaande uit glastuinbouw en sierteelt. Hij heeft de gronden waarop hij zijn bedrijf uitoefende, in 1981 verworven. In verband met de aanleg van de Hogesnelheidslijn (hierna: HSL) heeft hij in 2000 circa 1.18.70 hectare cultuurgrond aan het Rijk verkocht. In de verkoopovereenkomst is opgenomen dat het verkochte geheel verhuurd dan wel verpacht is. Deze verhuur / verpachting bestond sinds 1 januari 1995.

De verkoop van de grond is aangemerkt als een gedeeltelijke staking van het landbouwbedrijf. De tuinder heeft circa 4,6 hectare tuinbouwgrond behouden. Voor een gedeelte daarvan, groot 1.00.65 hectare, heeft hij in het jaar 2000 van het Rijk een vergoeding wegens waardevermindering ontvangen, omdat deze grond in verband met de aanleg van de HSL niet meer geschikt was voor glastuinbouw. Deze grond is in het verleden gedurende meerdere perioden aan derden verhuurd geweest.

Het hof overweegt dat indien een belastingplichtige een beroep doet op een in de Wet voorziene vrijstelling rust, als regel, op hem de stelplicht en de bewijslast van de feiten en omstandigheden die meebrengen dat aan de voorwaarden voor toepassing van de vrijstelling is voldaan. Niet in geschil is dat de gronden, zowel die welke zijn vervreemd als die waarvoor de vergoeding is ontvangen, tijdens de bezitsduur van belanghebbende gedurende meerdere perioden zijn verhuurd of verpacht.

Anders dan de tuinder verdedigt heeft de waardestijging zich in het verleden voorgedaan. De aanleg van de HSL heeft uitsluitend de aanleiding gevormd om een vergoeding toe te kennen wegens verminderde gebruiksmogelijkheden van de grond. De agrariër heeft niet aannemelijk gemaakt dat een lager gedeelte van de waardestijging van de gronden op de verhuurde of verpachte periode betrekking heeft dan de Inspecteur heeft aangenomen. Voorts dient voor de berekening van de boekwinst en casu quo het als voordeel aan te merken gedeelte van de vergoeding worden uitgegaan van de boekwaarde van de grond, in dit geval de historische kostprijs.’ De vergoeding wegens waardedaling is belast.

Mr. P.L.F. (Pieter) Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost).

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.