Home

Achtergrond 80 x bekeken

Uitbreiding bedrijf geen gevolg buiten 3 kilometer

Uitbreiding van een veehouderijbedrijf heeft in het kader van de Habitatrichtlijn buiten de drie kilometer waarschijnlijk geen significante gevolgen voor het gebied. Dat blijkt uit een uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak. Ook zijn andere uitspraken gedaan die een relatie hebben met de Natuubeschermingswet in 1998.

Medio maart zou er een interim-toetsingskader komen voor de Natuurbeschermingswet 1998 die per 1 oktober 2005 in werking is getreden. Het toetsingskader is bedoeld voor de periode tot de beheerplannen voor de Natura2000-gebieden (Vogel-en Habitatrichtlijngebieden en/of Natuurbeschermingswetgebieden) zijn vastgesteld. Dit toetsingskader is nog niet gepubliceerd. Wel zijn er afgelopen weken een aantal interessante uitspraken geweest in relatie tot de Natuurbeschermingswet 1998. Hieronder de drie belangrijkse punten op een rij.

In een uitspraak (200606229/1) van 14 maart 2007 zegt de Afdeling dat gelet op de afstand van 4.000 meter vanaf de inrichting tot een Habitatrichtlijngebied het op basis van de omrekeningsfactoren Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij niet mogelijk is een berekening te maken van de door de inrichting veroorzaakte ammoniakdepositie op dit gebied. Gelet op de grote afstand tussen de inrichting en het gebied is het naar oordeel van de Afdeling niet mogelijk dat significante effecten op dit gebied zijn te verwachten. Hieruit zou ‘voorzichtig’ geconcludeerd kunnen worden dat uitbreiding van een veehouderij buiten de drie kilometer geen significante gevolgen voor het gebied zijn te verwachten.

Wanneer een Habitatrichtlijn tevens een Vogelrichtlijngebied (of staatsnatuurmonument) is, moet een beoordeling plaatsvinden in het kader van de Natuurbeschermingswet en niet op basis van de Wet milieubeheer. De provincie is hier het bevoegde gezag.Wanneer een Habitatrichtlijngebied geen overlap heeft met een Vogelrichtlijngebied is de gemeente het bevoegde gezag. In de Natuurbeschermingswet 1998 staat dat gebieden aangewezen en vastgesteld moeten zijn. Habitatrichtlijngebieden zijn formeel nog niet vastgesteld en moeten worden beoordeeld op basis van Europees recht (artikel 6, lid 3 Habitatrichtlijn). De verwachting is dat de eerste 111 gebieden eind dit jaar formeel worden vastgesteld. Bij een aanvraag milieuvergunning toetst de gemeente niet automatisch of er sprake is van significante gevolgen zijn in relatie tot een nabij gelegen Habitatrichtlijngebied. Dat gebeurt pas als belanghebbenden bezwaar maken.

Achtergronden
Onder de Natuurbeschermingswet 1998 vallen de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden die ook onderdeel uitmaken van het Europese Natura2000-netwerk. Daarnaast zijn er bestaande beschermde (staats)natuurmonumenten die vaak samenvallen met een Natura2000 gebied. Tot slot zijn er de gebieden die het Ministerie van LNV kan aanwijzen ter uitvoering van verdragen of andere (dan op grond van de Vogel- en Habitat internationale verplichtingen), zoals wetlands.De Vogelrichtlijngebieden zijn in de periode 1986-2005 door Nederland aangewezen middels aanwijzingsbesluiten, waarna de EC op de hoogte is gesteld. De Habitatrichtlijngebieden zijn op 19 mei 2003 bij de EC aangemeld, waarna de EC op 7 december 2004 de communautaire lijst heeft vastgesteld. Kaarten met de begrenzing van de gebieden zijn opgenomen in het 'gebiedendocument' dat in mei 2003 bij de aanmelding is uitgebracht (en herzien in februari 2004).

Nederland moet nu de Natura-2000 gebieden aanwijzen door het nemen van aanwijzingsbesluiten (zogenaamde Natura-2000 besluiten). De eerste 111 concept-aanwijzigingen voor Natura 2000-gebieden zijn gepubliceerd in de Staatscourant. De aanwijzigingsprocedure van de overige 51 gebieden wordt later gestart. In totaal gaat het om 162 gebieden die zullen worden aangewezen. De aanwijzigingsbesluiten beschrijven zowel de begrenzing van de Natura 2000-gebieden als de te realiseren natuurdoelen. Deze doelen zijn in overleg met provincies en maatschappelijke organisaties tot stand gekomen en moeten haalbaar en betaalbaar zijn. Op basis van deze doelstellingen worden de beheersplannen opgesteld. Deze beheersplannen vormen het beleidskader voor de bescherming van het gebied en bepalen uiteindelijk welke ontwikkelingsmogelijkheden een veehouderij heeft. M. van Beers Hendrix UTD

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.