Home

Achtergrond 137 x bekeken

Landbouwvrijstelling niet mogelijk bij overbrengen woning naar privé-vermogen

De overgang van een onderneming van het ondernemingsvermogen van een agrariër naar zijn privé-vermogen geschiedt tegen 80 procent van de waarde in het economisch verkeer. Voor de op deze manier gerealiseerde boekwinst is de landbouwvrijstelling in het geheel niet van toepassing. Dat heeft de Rechtbank van Den Haag bepaald.

Een boer exploiteerde in 2001 een gemengd landbouwbedrijf van ongeveer 80 hectare en een loonwerkbedrijf. In het kader van de Wet inkomstenbelasting 2001 had hij ervoor gekozen per 1 januari 2001 zijn woning met ondergrond naar het privévermogen over te brengen.

Volgens de agrariër moet voor het toepassen van de landbouwvrijstelling volgens de Wet inkomstenbelasting onderscheid worden gemaakt tussen waardeveranderingen voor 27 juni 2000 en waardeveranderingen van gronden na die datum.

Daarnaast dient volgens hem bij de bepaling van de waarde van de woning op 1 januari 2001, de waardedrukkende invloed van bewoning van de woning door de boer zelf op 35 procent van de waarde in vrije staat worden gesteld.

De inspecteur van de belastingdienst is van mening dat er geen onderscheid moet worden gemaakt tussen de waardeveranderingen van grond voor of na 27 juni 2000. Daarnaast stelt hij dat de waardedrukke factor van zelfbewoning geen 35 procent, maar 20 procent moet zijn.

De Rechtbank past het Besluit toe waarin bij het vrijwillig overbrengen van de woning naar het privé-vermogen een waarde van 80 procent van de waarde vrij opleverbaar is toegestaan. Voorts past de Rechtbank op de ondergrond van de woning de landbouwvrijstelling in het geheel niet toe, ook niet bij wijze van compartimentering. De wetswijziging, die op 27 juni 2000 is ingegaan, waarbij de vrijstelling in een geval als dit niet langer geldt, heeft terugwerkende kracht.

Meer informatie Volledige uitspraak van de Rechtbank van Den Haag

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.