Home

Achtergrond 89 x bekeken

Heffingskorting durfkapitaal ondanks onjuiste leningsvoorwaarden

Wil men gebruik maken van de fiscale voordelen van durfkapitaal, zoals de vrijstelling in box 3 en de extra heffingskorting in box 1, dan moet de lening aan strikte voorwaarden voldoen. De Rechtbank te Haarlem heeft echter een ruimhartige uitspraak gedaan betreffende de toepassing van de heffingskorting. De uitlener verkreeg ondanks de krakkemikkige leningsovereenkomst de extra heffingskorting wegens durfkapitaal.

In de agrarische sector wordt volop gebruik gemaakt van de fiscale faciliteit voor durfkapitaal. De opvolger van de Tante Agaath-regeling is een mooi fiscaal planningsinstrument bij een bedrijfsopvolging. De ouders kunnen met behulp van deze regeling per persoon 53.421 euro fiscaal vriendelijk uitlenen aan de bedrijfsopvolger.

Bij het verstrekken van een lening aan een startende ondernemer, gelden onder voorwaarden enkele fiscale faciliteiten. Zo is er het recht op:
1. Een heffingskorting voor beleggingen in durfkapitaal. Deze korting op de te betalen inkomstenbelasting beloopt 1,3 procent van het gemiddelde bedrag van 1 januari en 31 december van uw geldlening(en) aan een startende ondernemer waarvoor u een vrijstelling heeft in de vermogensrendementsheffing;
2. Een vrijstelling in de vermogensrendementsheffing van 53.421 euro (jaar 2007). Dit vrijstellingsbedrag geldt per belastingplichtige; en
3. Een aftrek van een verlies dat de geldverstrekker lijdt op een geldlening aan een startende ondernemer. Een verlies is onder voorwaarden tot maximaal 46.984 euro (jaar 2007) aftrekbaar. Deze verliesaftrek geldt per belastingplichtige per startende ondernemer.

De zaak voor de Rechtbank van Haarlem:

Een vader verstrekte in 2002 aan zijn zoon een lening die daarmee in 2003 een onderneming was gestart. Zijn schoonvader en zijn schoonzuster hadden eveneens aan de zoon leningen voor zijn startende onderneming verstrekt. De vader en de zoon hadden door een notaris een schuldbekentenis laten opstellen, maar deze was (door onverklaarbare redenen) niet ondertekend. '

In zijn aangifte inkomstenbelasting voor 2003 nam de vader de heffingskorting voor directe beleggingen in durfkapitaal in aanmerking. De inspecteur weigerde deze heffingskorting, omdat de schuldbekentenis van de zoon niet zou kwalificeren als een directe belegging in durfkapitaal. De zaak kwam voor rechtbank Haarlem.

De rechtbank signaleerde diverse onvolkomenheden in de (uitvoering van de verstrekking van de) lening. Zo bleek de lening niet te zijn achtergesteld ten opzichte van andere leningen, zoals volgens de fiscale voorwaarden wel is vereist gedurende de eerste acht jaren van de leningsovereenkomst. Verder was de lening was niet geregistreerd en evenmin was in de tekst van de leningsovereenkomst opgenomen dat deze was verstrekt voor de financiering van vermogensbestanddelen van de gestarte onderneming.

Ten slotte had de vader aan de rechtbank geen beschikking overgelegd dat de zoon een startende onderneming was. De rechtbank gaf daarop aan dat de inspecteur terecht de schuldbekentenis van de zoon terecht niet als een achtergestelde lening had aangemerkt.

De vader was van mening dat hij toch recht had op de heffingskorting en deed onder meer een beroep op het vertrouwensbeginsel. Dat beroep had succes. De rechtbank stelde vast dat de belastingaangifte van de vader in het voorafgaande jaar (2002) al dezelfde heffingskorting bevatte. Toen had de inspecteur daarover geen vragen gesteld maar wel over een ander onderdeel van de heffingskorting (de toetrederskorting).

Verder waren de belastingaangiftes van de schoonvader van de vader en zijn schoonzuster gevolgd, terwijl deze familieleden eveneens een lening aan de zoon hadden vertrekt met dezelfde gebreken. Volgens de rechtbank kon de vader zodoende de indruk hebben gekregen dat inspecteur een bewust standpunt had ingenomen over de aanvaardbaarheid van de betreffende heffingskorting.

De vader mocht er dan op vertrouwen dat de inspecteur bij ongewijzigde omstandigheden zijn standpunt niet zou wijzigen. De rechtbank kende de vader toch de heffingskorting voor directe beleggingen in durfkapitaal toe.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel.

Meer informatie Volledige uitspraak van de Rechtbank van Haarlem

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.