Home

Achtergrond 123 x bekeken

Geen landbouwvrijstelling als koper zaak niet voortzet als landbouwbedrijf

De landbouwvrijstelling is niet van toepassing op bij verkoop gerealiseerde winst op de ondergrond van bedrijfsgebouwen omdat koper de onroerende zaak niet is blijven gebruiken ten behoeve van de uitoefening van een landbouwbedrijf. Dat heeft het Gerechtshof van Den Bosch bepaald.

Een boer staakte in 1999 zijn rundvee/varkensbedrijf gedeeltelijk en verkocht het restant van de onderneming in 2000 aan een man ten behoeve van zijn dochter om daar een paardenhouderij te starten. Op de bij de verkoop gerealiseerde winst was volgens de agrariër de landbouwvrijstelling van toepassing.

De inspecteur van de belastingdienst deelde die mening niet en hield er dus geen rekening mee in zijn aanslag. Hierop ging de boer in beroep bij het Hof. Deze oordeelde dat het gelijk bij de inspecteur ligt. Voorwaarde voor de landbouwvrijstelling is namelijk dat de koper de onroerende zaak blijft gebruiken ten behoeve van de uitoefening van een landbouwbedrijf.

Het Hof is van mening dat de inspecteur voldoende aannemelijk heeft kunnen maken dat er geen sprake is van voortzetting van het landbouwbedrijf. Er heeft namelijk geen registratie bestaan bij de Kamer van Koophandel ten aanzien van een door de (dochter van de) koper geëxploiteerd bedrijf op de betreffende locatie.

De boer heeft ook niks kunnen aanvoeren tegen de stelling van de inspecteur dat de activiteiten van de (dochter van de) koper met paarden niets meer of anders behelzen dan het opfokken van paarden ten behoeve van het uitoefenen van de paardensport. Er is dus volgens de wet geen sprake van een landbouwbedrijf. Het beroep is ongegrond verklaard.

Meer informatie Volledige uitspraak van het Gerechtshof van Den Bosch

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.