Home

Achtergrond 407 x bekeken

Zoeken naar evenwicht op mestmarkt

Het mestbeleid heeft geleid tot een forse daling van de stikstof- en fosfaatoverschotten. Verdere inspanningen blijven echter nodig om te voldoen aan de EU-regels.

Succes is alleen mogelijk via gezamenlijke inspanning van industrie, ondernemers, onderzoek en beleid, aldus Gerard Velthof en Oene Oenema, onderzoekers bij Alterra.

Het mestbeleid heeft geleid tot een forse daling van de stikstof- en fosfaatoverschotten in de Nederlandse landbouw. Daardoor zijn het nitraatgehalte in ondiep grondwater en de ammoniakemissie sterk gedaald. De verbetering van de milieuprestaties zijn gerealiseerd zonder daling van de gewasopbrengsten. De landbouw is dus veel efficiënter met stikstof en fosfaat omgesprongen.

Uit evaluatie van de Meststoffenwet door het Milieu- en Natuurplanbureau blijkt echter dat de milieudoelstellingen voor grond- en oppervlaktewater nog niet zijn gerealiseerd. De stikstofgebruiksnormen op zand- en lössgronden moeten worden aangescherpt. De gebruiksnormen voor fosfaat moeten worden verlaagd tot minimaal het niveau van evenwichtsbemesting. De aanvoer van fosfaat via bemesting is dan gelijk aan de afvoer via het gewas.

Aanscherping van de gebruiksnormen beperkt de mogelijkheden voor afzet van dierlijke mest. De druk op de mestmarkt zal verder toenemen en de mestafzetprijzen zullen hoog blijven, tenzij oplossingen worden gevonden.

Het berekende verschil tussen totale mestproductie en totale -afzet was in 2006 circa 4 miljoen kilo fosfaat. In 2015 zal die onbalans zijn toegenomen tot zo’n 15 miljoen kilo fosfaat. Daarbij is nog geen rekening gehouden met eventuele afschaffing van het melkquotumstelsel en het dierrechtenstelsel. Om de druk te verlichten zijn combinaties van maatregelen nodig.

Beperking van de aanvoer van stikstof en fosfaat zijn relatief goedkope maatregelen en zullen daarom als eerste ingevoerd moeten worden. Het beperken van het gebruik van kunstmestfosfaat schept ruimte voor dierlijke mest. Belangrijk is dat de acceptatie van dierlijke mest in de akker- en tuinbouw verbeterd, al is dat niet eenvoudig. Er zullen slimme technieken en constructies nodig zijn om toediening van dierlijke mest in het voorjaar aantrekkelijker te maken. Dat vraagt veel van akkerbouwers, intermediairs en loonwerkers.

Het verlagen van de aanvoer van fosfaat via veevoer is een andere oplossing. De veevoernormen voor fosfaat zijn al naar beneden bijgesteld. Het is onduidelijk welke winst nog verder te behalen is. Dat is een gezamenlijke opgave van de veevoederindustrie, veehouderij en onderzoek.

Het bevorderen van de export van gedroogde, be- en verwerkte mest is een belangrijke pijler voor het oplossen van de knelpunten. In 2006 was de export al gelijk aan 10 procent van de hoeveelheid fosfaat in mest. Het is onvermijdelijk om mestverwerking sterk te intensiveren. Dit is echter wel een dure oplossing.

Voor de nabije toekomst wordt verwacht dat door verbranding van gedroogde pluimveemest vele miljoenen kilo’s fosfaat uit de landbouw zullen verdwijnen. De hoop zal gevestigd moeten worden op meer duurzame vormen van verwerking van varkensmest in combinatie met export. Naar verwachting zal in 2015 door mestverwerking minimaal 10 à 20 miljoen ton fosfaat extra uit de landbouw afgevoerd moeten worden. Om dat te realiseren is ondernemerszin in leiderschap nodig. Hoe eerder daar zicht op is, hoe sneller de druk op de mestmarkt wordt verlicht.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.