Home

Achtergrond 128 x bekeken

Krachtig ondernemer heeft toekomst

De landbouwsector in Nederland is sterk, meent Gerda Verburg. We moeten er dan ook alles aan doen om dit vast te houden.

De landbouwer van de toekomst moet dan ook een krachtig ondernemer zijn, die oog heeft voor de markt en maatschappelijke doelen. In de Health Check zet de Europese Commissie een koers uit naar een toekomstig Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Dit sluit goed aan bij de hoofdlijnen van verdergaande marktoriëntatie, duurzame ontwikkeling van de sector en verdergaande vermaatschappelijking. Het budget voor het landbouwbeleid mag van mij gelijk blijven tot 2013.

De Nederlandse land- en tuinbouw is een speler van wereldformaat. Er ligt een taak om dit vast te houden. De uitdaging is om ook in de toekomst te blijven zorgen voor een goed ondernemingsklimaat in de landbouw. Innovatie, gelijke kansen voor iedereen binnen de Europese Unie en versterking van concurrentiekracht zijn daarbij sleutelwoorden. De landbouw kan zich alleen verder duurzaam ontwikkelen door rekening te houden met bijvoorbeeld voedselkwaliteit, milieu en dierenwelzijn. De landbouwer van de toekomst moet ook een krachtig ondernemer zijn, die weet om te gaan met een wisselende markt.

Deze krachtigere marktoriëntatie betekent dat boeren op termijn op beduidend minder bescherming kunnen rekenen. Ik denk dat een groot deel van de agrarische sector deze concurrentie op eigen kracht aan kan. Ik pleit er wel voor om een vangnet te behouden voor overheidsingrijpen bij ernstige marktverstoringen. Daarnaast vind ik dat de melkquotering niet verlengd hoeft te worden.

Verder ben ik van mening dat in de periode tot 2013 alle nog resterende steunmaatregelen kunnen worden ontkoppeld. Voor de slachtsector loopt de overgangsperiode in 2009 af. Ik zie geen doorslaggevende redenen om deze te verlengen. Ik ben van mening dat we gefaseerd moeten overgaan op een regionale verdeling waarin maatschappelijke doelen voorop staan. Met een regionaal systeem kunnen we in bepaalde gebieden extra betalingen doen voor het gezamenlijk in stand houden of realiseren van maatschappelijke waarden, zoals bijvoorbeeld landschap en milieu.

Een interessante optie is om op bedrijfs- en sectorniveau duurzame productiewijzen te stimuleren. Dat kan door maximaal 10 procent van de inkomenssteun te herverdelen voor bijvoorbeeld milieuvriendelijke landbouw.

Op langere termijn zal het Europees landbouwbeleid vooral gericht zijn op boeren en plattelandsondernemers die actief zijn in gebieden waar dat zonder steun niet mogelijk is. Die boeren leveren daar publieke diensten die anders verloren zouden gaan. De Europese beleidskaders die hiervoor gemaakt moeten worden, moeten wel de nodige ruimte bieden voor nationale invulling, zodat rekening gehouden kan worden met de grote verschillen die op regionaal niveau tussen landbouwregio’s bestaan.

Ik blijf me ervoor inzetten dat de discussie breed wordt gevoerd. Het gaat niet alleen om de toekomst van de landbouw, maar ook om het behoud van landschap en natuur.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.