Home

Achtergrond 126 x bekeken

Bedongen gebruiksrecht onvoldoende voor vrijstelling overdrachtsbelasting

In deze zaak had een boer zijn bedrijfsgebouwen verkocht aan de gemeente. Enkele weken hiervoor vond de levering van het door de boer aangekochte nieuwe bedrijf plaats, waarbij een beroep op de vrijstelling overdrachtsbelasting gedaan werd. Ten onrechte vindt de belastinginspecteur en ook de rechtbank.

In februari 2004 verkoopt de boer zijn bedrijf aan de gemeente, die op deze locatie woningbouw wil realiseren. Op 13 juli 2005 vindt de notariële levering van het nieuwe bedrijf, dat de boer heeft gekocht, plaats. Hierbij doet de notaris een beroep op de Landbouwstructuurvrijstelling waardoor er geen overdrachtsbelasting wordt betaald. Op 13 juli 2005 vindt de overdracht van zijn oude bedrijf aan de gemeente plaats, hierbij is bedongen dat de boer het persoonlijk voortgezet gebruik op de gronden heeft tot 3 juni 2007. De gemeente kan dit echter eerder opzeggen met een opzegtermijn van zes maanden. In augustus maakt de belastingdienst kenbaar dat zij een naheffingsaanslag oplegde van € 57.000, omdat niet aan de voorwaarden was voldaan.

Volgens de Wet op belasting van rechtsverkeer (Wbr) moet er sprake zijn van verbetering van de landbouwstructuur en dat de oorspronkelijke grond na aankoop van de nieuwe grond nog in gebruik moet zijn middels eigendom of krachtens een gebruiksrecht. Volgens het besluit van de Staatsecretaris van Financiën is dat het geval bij langdurige pacht of erfpacht. Volgens de rechtbank is het overeengekomen recht tussen de boer en de gemeente geen langdurig gebruikersrecht aangezien deze door de gemeente op korte termijnopzegbaar is. Er is dus niet aan de voorwaarden voldaan en de rechtbank handhaaft de naheffing.

Meer informatie Uitspraak van de Rechtbank in Arnhem
Meer informatie Besluit van de Staatsecretaris van Financiën

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.