Home

Achtergrond 156 x bekeken 2 reacties

Toch maar niet naar Amerika

Kijkend naar mogelijkheden voor verdubbeling van het bedrijf in Nederland stuit je al snel op tal van problemen zoals:
- het landbouwareaal is beperkt en hiermee is de grondmobiliteit matig te noemen ;
- mogelijkheden voor mestafzet zijn beperkt in de wetenschap dat mest in Nederland een steeds groter probleem wordt;
- gekwalificeerde arbeid is duur en sporadisch;
- bij uitbreiding stuit je op allerlei eisen van je omgeving, de gemeente/provincie en de politiek (uitstoot gassen, landschapsvervuiling, dierwelzijn, enz.).

Uiteraard zijn er ook voordelen te noemen van verdubbeling in Nederland, zoals:
- bestaande Nederlandse netwerken behouden;
- marktmacht (in onderhandeling) door bedrijfsomvang;
- hoog coöperatief gehalte in Nederlandse veehouderij;
- doorgaan in “eigen” cultuur en omgeving.

De afgelopen jaren hebben vele veehouders hun heil in het buitenland gezocht. Denemarken, Oost- en West Duitsland, Canada en Amerika waren in trek. Landen als Hongarije, Polen, Slovenië en Roemenië zijn in opkomst maar hier is nog een lange ‘weg’ te gaan op het gebied van infrastructuur en kostprijs.
Denemarken heeft een gunstig klimaat voor startende ondernemers maar is op saldo niveau vergelijkbaar met Nederland. West Duitsland is het verlengde van Nederland…
Oost Duitsland kent ook net als Nederland een quotumbeurs (sinds 2000) en op het gebied van mest zijn er ook beperkingen (max. 2 gve/ha). De grote trek naar Canada is reeds geweest en de wet- en regelgeving gaat daar steeds meer op die in Nederland lijken.
Dan blijft er nog één land over wat voor mij hét land is om te verdubbelen: Amerika.

Naar schatting verplaatsen jaarlijks 25 Nederlanders hun bedrijf naar de Verenigde Staten. Wie naar de VS emigreert, komt in een land terecht met ongeveer 290 miljoen inwoners en een oppervlakte die bijna 230 maal zo groot is als Nederland!!!
Waar de emigranten zich ook vestigen, allen krijgen te maken met de marktomgeving voor melk die merkbaar anders zijn dan bij ons. Door het ontbreken van een quotumstelsel variëren de melkprijzen sterk. De melkprijs in 2002 en 2003 was zo laag dat een stijging in 2004 voor sommige veehouders maar net op tijd kwam. Het ondernemersklimaat is hard en de bedrijven groeien snel. De bevolkingsdichtheid, en daarmee de melkprijs, is in het oosten van de VS het hoogst (Ohio, Wisconsin, Michigan). Melkproducten worden over grote afstanden meestal richting het oosten vervoerd. De transportkosten zorgen hierdoor voor verschillen in melkprijs per staat.

In het zuid oosten van Amerika, in de staat New Mexico, zijn de uitbreidingsmogelijkheden het grootst. Het klimaat is hier ook gunstig. De beschikbaarheid van water matig, de melkprijs en voerkosten acceptabel.

Melkveehouders in Amerika gaan alleen voor melk, melk en nog eens melk. Een akkerbouwer in de buurt fokt het jongvee op en zorgt voor de aanvoer van voer en de afvoer van mest.

Het ondernemersklimaat in de Amerikaanse veehouderij vergt management en persoonlijke kwaliteiten van de veehouder om zich staande te houden. Je bent drukker met het personeel dan met de koeien. Het aanbod van arbeid is toereikend met Mexicanen en Amerikanen zelf.
Doordat de melkmarkt niet wordt beschermd door quotering zijn de marges per liter melk beperkt, dus grootschaligheid is van belang.
Uiteindelijk blijven op grote en kleine bedrijven in de VS managementkwaliteiten, net als waar ook ter wereld, doorslaggevend voor de mate van succes!

Persoonlijk kies ik voor verdubbeling in Nederland. Met name uit sociaal oogpunt maak ik deze keuze. Tevens zijn de risico’s in Nederland een stuk kleiner door de marktbescherming. Het voortzetten en laten groeien van je familiebedrijf verdient ook respect in tijden waarin vakmanschap en ondernemerschap meer en meer bepalend zullen worden.

Laatste reacties

  • no-profile-image

    max hofhuis

    Thijs, ik vind jou een goede boer !!!

  • no-profile-image

    max hofhuis

    Thijs, ik vind jou een goede boer !!!

Of registreer je om te kunnen reageren.