Home

Achtergrond 86 x bekeken

Markt en maatschappij zijn bepalend

Met de health check wordt een goed begin gemaakt voor een eenvoudiger en harmonieuzer EU-landbouwbeleid. LTO heeft wel kritiek op de verdergaande overheveling naar POP-gelden. Een efficiencyslag is belangrijker, aldus Ivar Bisseling, lobbyist Internationale Zaken voor LTO Nederland in Brussel.

De Europese Commissie zet met de gepresenteerde voorbereiding van de health check een reeks goede stappen op weg naar een nieuw Europese landbouw- en plattelandsbeleid. Bij het steeds meer leidend worden van de markt, past een verruiming van de melkquotering, verdere ontkoppeling van premies en meer ruimte voor ondernemerschap.

Het doel van deze evaluatie van het landbouwbeleid is geen nieuwe radicale hervorming, zoals in 2003 onder Fischler, maar eerder een vereenvoudiging en meer harmonisatie. Tenminste, als het aan Eurocommissaris Mariann Fischer Boel ligt.

Voor LTO Nederland zijn markt en maatschappij de bepalende factoren. Alleen als bedrijven hun strategie hierop afstemmen, komen ze in de toekomst nog in aanmerking voor financiële ondersteuning uit Brussel. De Europese Unie stapt enerzijds af van de product- en prijssteun en beweegt naar een publieke beloning voor verdiensten, zoals het leveren van een open en aantrekkelijk landschap. De beloning is een inkomenstoeslag per hectare.

De Europese Unie zal na 2013 ook meer aandacht moeten schenken aan een marktconforme beloning voor bijvoorbeeld de opvang van overtollig water en het beheer van akkerranden. En voor maatschappelijk gewenste agrarische productie in gebieden waar de omstandigheden ongunstig zijn zoals in de veenweide.

Anderzijds vraagt de maatschappij van onze boeren en tuinders dat zij voldoende, veilig en gevarieerd voedsel blijven produceren, met meer aandacht voor dierenwelzijn en milieu. Het Europees landbouwbeleid dient dit ook te stimuleren om gewenste verbeteringen mogelijk te maken in met name onze varkens-, pluimvee- en kalverhouderij.

De health check moet de concurrentiekracht van de Nederlandse boeren en tuinders blijven versterken. Ten eerste door een jaarlijkse uitbreiding van de melkquotering vanaf 2009/2010 en ten tweede door een verdere ontkoppeling van de subsidie voor de aardappelzetmeel- en rundersector.

Verruiming van het melkquotum geeft ondernemers meer ruimte om aan de groeiende vraag naar zuivelproducten te voldoen en ontkoppeling betekent dat boeren en tuinders kunnen kiezen met welke producten voor welke markten zij willen produceren, zonder dat deze keuze actief wordt beïnvloed via een (gekoppelde) subsidie. Hierdoor kunnen boeren en tuinders direct reageren op ontwikkelingen in markt en maatschappij en hun
concurrentiepositie versterken.

LTO Nederland levert met haar Europese koepelorganisatie Copa-Cogeca wel kritiek op de Brusselse voorstellen waar het gaat om een verdergaande verplichte overheveling van landbouwgelden naar het Plattelands Ontwikkelingsprogramma (zogenoemde POP-gelden). Deze zogenaamde modulatie is volgens LTO geen efficiënt middel om te komen tot een noodzakelijke duurzame en concurrerende land- en tuinbouw. De gang van zaken rondom de inzet van deze middelen levert een hoge administratieve lastendruk voor zowel overheid als de aanvrager. Er moet eerst een grote efficiency¬slag gemaakt worden.

Het proces voor de evaluatie van de landbouw is vandaag officieel gestart, maar de lobby is natuurlijk al maanden op gang. Wat nu interessant wordt is hoe Mariann Fischer Boel de discussie in de Raad van Landbouwministers en het Europees Parlement gaat gebruiken om in het voorjaar met concrete voorstellen te komen.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.