Home

Achtergrond 91 x bekeken

Lokale boer in arm land kansen geven

Dat de landbouwsector in ontwikkelingslanden weer gezien wordt als belangrijke speler in de bestrijding van armoe, vinden Tobias Schmitz, Bob van Dillen en Paul Wolvekamp een goede zaak.

Het World Development Report van de Wereldbank zet de landbouwsector voor het eerst sinds 25 jaar weer centraal in de bestrijding van armoede in ontwikkelingslanden. Maar zal de hernieuwde aandacht voor de landbouw daadwerkelijk betere kansen bieden aan deze grote groep armen? En zullen zij kunnen profiteren van de massale vraag naar biobrandstoffen, zoals bio-ethanol? Cordaid en Both Ends betwijfelen dat.

Waar de Wereldbank afgelopen decennia consequent voor liberalisering, privatisering en een verminderde rol van de staat pleitte, constateert ze nu voorzichtig dat dit beleid niet overal heeft gewerkt. Vormen van overheidssteun en marktbescherming worden opnieuw bekeken, en dat is goed nieuws.

In Afrika is de landbouw grotendeels een zaak van kleine familiebedrijven die enkele gewassen telen voor eigen gebruik en het restant voor de lokale markt. Het ontbreekt die boeren in de regel aan de juiste kennis om in te spelen op de vraag, om te investeren en risico’s te nemen, de kwaliteit van de producten te vergroten en zo op lange termijn meer te verdienen.

De Afrikaanse landen hebben in 2003 afgesproken om 10 procent van hun begroting in te zetten voor de landbouw (de zogenoemde Maputo Declaratie). Ook de steun van minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) voor zo’n landbouwbeleid in Afrika moet omhoog naar 10 procent.

Daarnaast signaleert de Wereldbank kansen en bedreigingen voor ontwikkelingslanden op het terrein van biobrandstoffen. De Europese vraag naar duurzame energie neemt immers sterk toe en boeren uit ontwikkelingslanden kunnen een graantje meepikken.

In Ethiopië wordt momenteel een miljoen hectare aan goede landbouwgrond gereserveerd voor de productie en export van biobrandstoffen. Dan dreigt voedselproductie voor de lokale markt het af te leggen tegen energieproductie voor de export, en worden de winsten opgestreken door buitenlandse bedrijven en lokale elites.

Koenders heeft voor volgend jaar 50 miljoen euro voor duurzame energie en biobrandstoffen tot zijn beschikking. Het is cruciaal dat deze middelen zeer strategisch worden ingezet: enerzijds om randvoorwaarden te scheppen om te voorkomen dat grootschalige plantages ten koste gaan van kleine producenten, hun natuurlijke leefmilieu, landrechten en voedselzekerheid; anderzijds als hefboom voor de ontwikkeling van kleinschalige, lokale initiatieven die bijdragen aan werkgelegenheid, inkomensverbetering en energievoorziening.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.