Home

Achtergrond 146 x bekeken 4 reacties

Heldere opstelling LTO

LTO kiest voor het gezinsbedrijf in de agrarische sector. De land- en tuinbouworganisatie, vooral gestimuleerd door de steeds verder oplaaiende discussie over de megastallen, voelt zich geroepen aan te geven waar zij de komende jaren voor staat.

"Als de keuze gaat tussen tien bedrijven met 50.000 varkens of honderd met 5.000 varkens, kiezen wij voor het laatste", stelt voorzitter Albert Jan Maat. Het is goed dat hij en zijn organisatie een heldere lijn bepalen. Vooral in gevoelige kwesties als die van de megastallen is het voor iedereen goed te weten waar voor vlees men in de kuip heeft.

In deze discussies, die al lang niet meer alleen de sector zelf betreffen maar vele spelers kennen, bestaat het gevaar dat de belangen van de ene groep leden ingaan tegen die van de andere. En dat kan, zeker wat imago betreft, zijn uitstraling hebben op de gehele sector.
Op zich druist de keuze misschien in tegen het karakter van een brede belangenbehartiger als LTO. De organisatie wil immers de gehele sector vertegenwoordigen.

Door de keuze voor het gezinsbedrijf bestaat de mogelijkheid van nieuwe afsplitsingen of de oprichting van alternatieve vakbonden. De vraag is of het zo verkeerd zou zijn als bijvoorbeeld de echte megabedrijven in de varkenshouderij kiezen voor een eigen belangenorganisatie. Die vraag stellen is hem beantwoorden: nee dus.

Agrarisch Dagblad

Laatste reacties

  • no-profile-image

    boerin

    LTO geeft hiermee aan dat zij liever meegaan met de emotie van de burger en de politiek en niet objectief belangenbehartiger kunnen zijn van agrarisch ondernemend Nederland.

  • no-profile-image

    aidan

    als jij mega stal houders als agrariers beschrijft dan wil ik nog wel eens een echte boer zien
    zo eentje met liefde voor z'n grond en z'n dieren

  • no-profile-image

    schreuder

    Het commentaar vind ik wel erg kort door de bocht en naar mijn smaak ook nogal visieloos !
    Ik zal u aangeven waarom:
    Als kernvraag denk ik dat je mag stellen; hoe snel heeft het gezinsbedrijf de afgelopen jaren moeten groeien om het hoofd boven water te houden ?
    Begin jaren 90 waren de bedrijven met 65 koeien ruim boven gemiddeld, ook 200 fokzeugen of 1500 vleesvarkens konden gezien worden als gezinsbedrijven.
    Op dit moment worden op een gemiddeld gezinsbedrijf circa 100 melkkoeien gehouden, 350 fokzeugen gesloten of 4000 vleesvarkens.
    Als de belangenbehartiger het sectorbelang wil dienen zal hij dus ook met deze toekomstige noodzakelijke groei rekening moeten houden wil er nog plaats blijven in Nederland voor de veehouderij.

  • no-profile-image

    Jac

    het antwoord op de laatste vraag in het stuk moet JA zijn, is niet goed als de grote een aparte belangenbehartiging moeten gaan oprichten, is van de zotte! waar leg je de grens tussen gezinsbedrijf en megabedrijf?
    Vind het geen erg sterk optreden van LTO om de grote maar te laten vallen voor de kleine, minder grote bedrijven. Veel wat jaren geleden groot was is nu klein dus kijk uit.

Of registreer je om te kunnen reageren.