Home

Achtergrond 130 x bekeken

Belaste schenking bij overdracht melkveebedrijf

Een bedrijfsopvolger is €251.632 schenkingsrecht verschuldigd, omdat er geen beroep op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit is gedaan. Naar de mening van de ondernemer was er bij de bedrijfsoverdracht van vader naar zoon geen sprake van een schenking, terwijl het melkquotum voor €0 is overgedragen en de onroerende zaken voor een lagere waarde dan de vrije waarde. Volgens de rechtbank Leeuwarden is er wel degelijk sprake van een schenking. Deze uitspraak toont weer eens aan dat het successie- of schenkingsrecht bij een bedrijfsoverdracht niet uit het oog mag worden verloren.

De aan de rechtbank van Leeuwarden voorgelegde zaak was de volgende:

De bedrijfsopvolger drijft samen met zijn vader een melkveebedrijf in maatschapsverband. De maatschap wordt op 1 mei 2001 ontbonden. Vader verkoopt ter gelegenheid van de bedrijfsoverdracht enkele onroerende zaken aan de zoon voor een bedrag van €651.720. Hierbij wordt een bedrag van €22.689 kwijtgescholden. Op 3 december 2001 wordt aangifte gedaan van deze schenking. De inspecteur besluit op 9 januari 2002 om geen aangifte schenkingsrecht op te leggen.

Vervolgens vindt een taxatie plaats voor de overdrachtsbelasting naar aanleiding van de registratie van de transportakte op 13 december 2001. De taxateur waardeert hierbij de onroerende zaken op een bedrag van €1.042.000. Het verschil tussen de overdrachtsprijs en de getaxeerde waarde bedraagt €390.280.

De inspecteur legt vervolgens een aanslag schenkingsrecht op, berekend naar een bedrag van €427.597. Hierbij houdt hij ook rekening met het feit dat de bedrijfsopvolger ook het melkquotum met een waarde van €910.187 om niet heeft verkregen.

Volgens de bedrijfsopvolger was er echter in het geheel geen sprake van een schenking. De koopprijs vermeerderd met een mondeling overeengekomen inverdienregeling is volgens hem gelijk aan de waarde in het economisch verkeer van de onroerende zaken. Na bezwaar vermindert de inspecteur de aanslag naar een bedrag van €251.632. Dit is (natuurlijk) niet genoeg voor de bedrijfsopvolger. Hij gaat tegen de uitspraak op bezwaar in beroep bij de rechter.

De rechtbank maakt echter korte metten met de argumenten van de bedrijfsopvolger. Volgens de rechtbank toont de zoon de mondeling overeengekomen inverdienregeling niet aan. De zoon is daarom bij de koop van de onroerende zaken bevoordeeld. De rechtbank beslist vervolgens dat er sprake is van een schenking. De aanslag blijft in stand.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel.

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘schenking’

Meer informatie Uitspraak Rechtbank Leeuwarden, 17 september 2007

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.