Home

Achtergrond 238 x bekeken

Begrip ‘overheidsingrijpen’ alsnog verruimd

Het ministerie van Financiën versoepelt het begrip ‘overheidsingrijpen’. Dit heeft grote positieve gevolgen voor ondernemers die op aandrang van de overheid hun bedrijf moeten verplaatsen. De agrarische lobby heeft een goed resultaat geboekt.

De kwalificatie ‘overheidsingrijpen’ is een begeerde status. Want ga maar na: bij dit fiscale begrip is de verruimde herinvesteringsreserve van toepassing. De afboekingsmogelijkheden zijn hier veel groter dan bij de gewone herinvesteringsreserve (HIR). Zo kan bijvoorbeeld het bedrijf fors uitgebreid worden, wat onder de gewone HIR nauwelijks mogelijk is.

Wat er wel of niet onder ‘overheidsingrijpen’ verstaan moet worden, is heel lang erg onduidelijk geweest. Het heeft tot veel discussies tussen fiscus en adviseurs aanleiding gegeven. De wetgever heeft dat ook opgemerkt.

Hij schrijft in wat genoemd wordt ‘Nota naar aanleiding van het verslag’ het volgende:
‘Als er in de praktijk onduidelijkheid bestaat over de vraag wanneer redelijkerwijs kan worden verwacht dat men, als niet wordt meegewerkt aan verkoop of minnelijke onteigening, uiteindelijk (gedwongen) onteigend zal worden. Deze signalen hebben mij ook bereikt. Omdat ik deze onduidelijkheid ongewenst acht, zullen in een binnenkort te publiceren beleidsbesluit de criteria die bij de beoordeling van deze vraag door de Belastingdienst worden gehanteerd nader worden verduidelijkt en toegelicht.

De onduidelijkheid vloeit vooral voort uit het feit dat in een aantal gevallen (ten onrechte) de eis wordt gesteld dat er pas sprake kan zijn van verkoop ter voorkoming van onteigening als de gemeente het bestemmingsplan dat voor de ondernemer aanleiding is om over te gaan tot verkoop van bedrijfsmiddelen, formeel heeft vastgesteld.

Vooruitlopend op publicatie van dit besluit merk ik op dat onder de reikwijdte van de in de Wet inkomstenbelasting 2001 opgenomen zinsnede ‘verkoop ter voorkoming van onteigening’ in ieder geval valt de verkoop van grond aan een gemeente op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten.

In dat besluit zal ook worden ingegaan op de vraag van deze leden of in geval van verplaatsing uit een gebied in verband met een inrichtingsplan of reconstructieplan ter zake waarvan op grond van artikel 122 van de Onteigeningswet onteigening mogelijk is, sprake is van een redelijke verwachting als hiervoor omschreven.’

Tot zover de tekst uit ‘Nota naar aanleiding van het verslag’.

Gevolgen voor de praktijk

Het begrip overheidsingrijpen is nu (eindelijk) verduidelijkt. Het besluit waar een en ander verder uitgewerkt wordt, verschijnt binnenkort. In ieder geval valt een verkoop aan een gemeente op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten onder het begrip. Voor heel veel zaken komt ‘overheidsingrijpen’ nu wel in zicht. In heel erg veel gevallen is immers de Wet voorkeursrecht gemeenten op de verkochte percelen van toepassing.

De versoepeling geldt ook voor de jaren vóór 2008. Een verkoop in 2007 kan daardoor ook onder de ruimere uitleg vallen.

Staking van de onderneming

Overigens was de aanpak van de fiscus bij staking van een onderneming als gevolg van verplaatsing al eerder versoepeld. Een investering over de ondernemingsgrens heen is vanaf 1 januari 2008 toegestaan. Hierover schreef Agrocount het artikel ‘Verplaatsing bedrijf gemakkelijker ná 1 januari 2008’.

De aanpassing van het begrip ‘overheidsingrijpen’ staat beschreven in Nota van wijziging (wetsvoorstel 31 206, Overige fiscale maatregelen 2008), zoals aangeboden aan de Tweede Kamer op 1 november 2007.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel.

Lees ook Verplaatsing bedrijf gemakkelijker ná 1 januari 2008

Meer informatie Ministerie van Financiën aan Tweede Kamer, 1 november 2007, Nota van wijziging (voorstel 31 206) en Nota naar aanleiding van het verslag van Overige fiscale maatregelen 2008

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.