Home

Achtergrond 150 x bekeken

Waardebepaling onroerende zaken: een kwestie van geven en nemen

Waardebepaling van onroerende zaken is in de fiscale praktijk een van de meest conflictgevoelige onderwerpen. Veel discussies en geschillen draaien om de vraag welke waarde de belastingplichtige aan (een onderdeel van) de onroerende zaak moet toekennen. Dit is ook wel logisch, want elke euro extra waarde levert meestal een extra belastingheffing op van 0,468 cent. In de meeste gevallen komen de waardedeskundigen van de ondernemer en de fiscus er onderling wel uit. Het is een kwestie van geven en nemen en niet het onderste uit de kan willen hebben.

Als er verkocht wordt aan een derde is de waarderingsproblematiek relatief eenvoudig. De verkoopprijs dient dan als basis. Wordt er echter niet verkocht dan is het woord aan de waardedeskundigen/taxateurs. Deze dienen dan in redelijkheid een waarde te bepalen. Na een al dan niet stevige discussie komt men in de praktijk meestal wel tot overeenstemming. Dit lukt helaas echter niet altijd. Dan volgt vervolgens de gang naar de rechtbank.

Deze gang naar de rechter is in de meeste gevallen niet echt zinvol. Zo’n rechter is immers ook geen waardedeskundige en moet ook maar afgaan op wat de waardedeskundigen verklaren. Vaak stelt de rechter dan de waarde ‘in goede justitie’ vast en krijgen beide partijen gedeeltelijk gelijk. De waardedeskundigen hadden deze waardevaststelling ‘in goede justitie’ evengoed (jaren eerder) zelf kunnen doen. Dit is ook het geval een in recente uitspraak van de rechtbank in Breda.

De zaak ‘lag’ als volgt:

Een agrariër brengt per 1 januari 2001 een perceel grond, behorend tot het ondernemingsvermogen, over naar het privévermogen. Dit perceel heeft de bestemming te dienen als ondergrond voor een bedrijfswoning. In opdracht van de agrariër is het perceel per de overgangsdatum getaxeerd op een waarde in het economische verkeer (WEV) van €35.000 en door een taxateur van de Belastingdienst op een WEV van €115.000.

In geschil is de WEV en de bestemmingswijzigingswinst. De Wevab (waarde in het economische verkeer bij agrarisch gebruik) als cultuurgrond is niet in geschil. De rechtbank is van oordeel dat de WEV van het perceel hoger is dan de Wevab, maar dat de inspecteur geen rekening heeft gehouden met alle relevante factoren. De WEV wordt in goede justitie vastgesteld op €95.000. De rechtbank is voorts van oordeel dat het verschil tussen de WEV en de Wevab-cultuurgrond volledig toevalt aan de gewijzigde bestemming van het perceel. De landbouwvrijstelling is niet van toepassing op het verschil tussen de boekwaarde en de Wevab voor grond behorende tot het agrarisch bouwblok.

Al met al hebben beide partijen in deze zaak niet geheel gelijk gekregen. Het ‘geven en nemen’ dat in de meeste gevallen door de waardedeskundigen zelf plaatsvindt, is in dit geval alsnog door de rechter toegepast.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel.

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘Wevab’

Meer informatie Uitspraak Rechtbank Breda, 12 juli 2007

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.