Home

Achtergrond 134 x bekeken 2 reacties

Vrije handel niet altijd meteen eerlijker

Er wordt de laatste tijd veel en vaak geschreven over eerlijke handel en subsidies. Wat is de positie van de ontwikkelingslanden in deze discussie?

Johan Feitsma, akkerbouwer en lid van De Derde Kamer, een schaduwparlement dat zich bezighoudt met internationale samenwerking, reageert.

In 2000 hebben regeringsleiders van 189 landen afgesproken om vóór 2015 de belangrijkste wereldproblemen aan te pakken. Deze afspraken zijn verwoord in de acht Millenniumdoelen.

De landbouw in veel ontwikkelingslanden heeft vaak schade ondervonden van oneerlijke handelsvoorwaarden, waaronder Westerse landbouwsubsidies. De landbouw heeft zich daar niet goed kunnen ontwikkelen, terwijl juist deze een essentiële rol speelt in de economieën van ontwikkelingslanden.

Vrijere handel betekent geen of minder landbouwsubsidies. De rijkere landen zien vrijere handel vaak als eerlijke handel. Vrijere handel kan voor grote voordelen zorgen, maar juist ontwikkelingslanden en hun landbouwsectoren hebben lang niet altijd dat voordeel, omdat ze de concurrentie met de rijkere landen niet aankunnen. Dat heeft tot gevolg dat ze moeilijk kunnen exporteren, maar erger nog, dat hun eigen landbouwproductie bedreigd wordt door goedkope importen.

Westerse landbouwsubsidies zullen afgebouwd moeten worden, dat is vrijer, en tegelijk zullen veel ontwikkelingslanden hun eigen landbouw nog een tijd moeten kunnen beschermen, dit is dus niet vrijer.

Behalve landbouwsubsidies hebben ook import- en exportheffingen met eerlijke handelsvoorwaarden te maken. In het WTO-overleg hebben ontwikkelingslanden tot nu toe nog te weinig invloed om voor hun eigen belangen op te komen en ruimte te creëren om een eigen beleid te ontwikkelen. De rijke landen moeten ze die kans geven.

In de nieuwe regeringsverklaring staat aan het begin heel duidelijk dat onze huidige regering veel aandacht wil besteden aan het bereiken van de genoemde Millenniumdoelen. Dat zal betekenen dat de regering ook werk maakt van eerlijker handelsverhoudingen en er stevig aan meewerkt dat landbouw in ontwikkelingslanden betere kansen krijgt.

Administrator

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Jur Schuurman

    In de intro van het artikel staat: "Wat is de positie van ontwikkelingslanden in deze discussie?". Je zou dan verwachten dat er een of ander 'statement' van een groep ontwikkelilngslanden ter sprake komt, of op zijn minst een artikel waarin, met een of andere bron, duidelijk wordt gemaakt dat de standpunten onmiskenbaar die van 'de ontwikkelingslanden' zijn. Niets van dit alles: het stuk van Johan Feitsma is een schoolvoorbeeld van hoe wij in het Westen vaak wel denken te weten wat goed is voor ontwikkelingslanden en wat ze willen, sterker nog: wat ze MOETEN willen - in plaats van te kijken wat ze zélf vinden en willen. Het Agrarisch Dagblad zou de vraag over de positie van ontwikkelingslanden niet kritiekloos moeten (laten beantwoorden door dit artikel van iemand die absoluut niet kan claimen namens ontwikkelingslanden te spreken, en die gewoon zijn eigen mening verkondigt. Dat laatste mag, maar suggereer dan niet dat hiermee de vraag over 'de positie van de ontwikkelingslanden' een antwoord krijgt!
    Dan doet de Internationale Federatie van Landbouwproducenten (IFAP) dat beter: daar spreekt de landbouwsector uit ontwikkelingslanden echt namens zichzelf en gaat discussies aan met collega's uit de rijke landen. Dan weet je wat (boeren uit) ontwikkelingslanden echt vinden en willen. Zo kan het dus ook!

  • no-profile-image

    Jac

    Dat vrije handel niet altijd eerlijk is is al lang bekend. Ik kan nooit begrijpen hoe millieuorganisaties en zelfs Oxfam altijd kunnen pleiten voor afbouwen van het europeese landbouwbeleid en daar bij de grenzen van Europa open gooien voor produkten uit de derde landen. daar wordt hier niemand beter van en daar ook niet. De enigen die hier voordeel bij hebben zijn de multinationals die alles over deze aardkloot slepen. Daarom kan wat mij betreft de WTO met onmiddelijke ingang worden opgeheven, dure vergadertijgers die dingen verzinnen die goed zijn voor multinationals. Hun enige werk is om de mensen te laten geloven dat ze er beter van worden. Degene die er beter van wordt zijn bovengenoemde met hun vergadertijgers.
    In het stuk staat dat ontwikkeling begint met landbouw, op zich mee eens maar ik denk dat politiek minstens zo belangrijk is. Kijk maar eens naar Zimbabwe bijvoorbeeld, sinds die terrorist Mugabe aan de macht is is er weinig meer over van de goedlopende landbouw daar.

Of registreer je om te kunnen reageren.