Home

Achtergrond 88 x bekeken

'Vredesmissies te laat, te kort en te versnipperd'

De wederopbouwinspanningen bij vredesmissies zijn te weinig, te laat, te kort en te versnipperd voor de landen waar het om gaat.

Dat stelt professor Joris Voorhoeve in een studie voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid die vandaag is aangeboden aan de ministers Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) en Ernst Hirsch Ballin (Justitie).

Volgens Voorhoeve ligt bij vredesoperaties de nadruk nog steeds te veel op militaire en economische maatregelen in plaats van een snelle opbouw van politie en justitie. In twee derde van alle landen die een burgeroorlog of gewone oorlog hebben meegemaakt, breekt de strijd binnen tien jaar opnieuw uit.

De oud-minister van Defensie vindt dat daar een taak voor de Europese Unie ligt. De unie is samen met de lidstaten in principe de grootste geldschieter voor ontwikkelingssamenwerking, vredesopbouw en herstel van de rechtsorde. Maar zij maakt die roeping niet waar. Om meer doeltreffend te worden zijn betere en snellere besluitvorming en een efficiëntere manier van werken nodig. De lidstaten moeten beter samenwerken. Nu spelen nationale belangen een te grote rol.

Nederland zou in Den Haag een centrum voor vredesopbouw op kunnen richten, waar bestaande instellingen grote bijdragen aan kunnen leveren. Verder pleit Voorhoeve voor meer inzet van niet-westerse en vooral ook islamitische landen bij vredesmissies.

Over de kosten van vredesmissies merkt hij op dat die veel minder bedragen dan wordt gedacht. Op dit moment is slechts 1,5 procent van de huidige internationale militaire troepenmacht uitgezonden naar een vredesmissie. Dat is inclusief de Amerikaanse militairen in Irak. Als de wereld een grote missie in het leven zou roepen en negen blauwhelmoperaties die tien jaar duren om in totaal 100 miljoen mensen te bereiken, zou dat jaarlijks drie procent kosten van alles wat nu wordt uitgegeven aan militaire en ontwikkelingshulp.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.