Home

Achtergrond 1775 x bekeken

Uitbreiding vrijstelling overdrachtsbelasting voor natuur

In de overdrachtsbelasting wordt met ingang van 1 januari 2008 de vrijstelling voor de verkrijging van natuurgrond uitgebreid. Het verkrijgen van natuurgrond is voortaan niet meer belast met overdrachtsbelasting. De natuurgrond moet dan worden gebruikt voor behoud en ontwikkeling van natuur en landschap. Het gaat hier bijvoorbeeld om heidevelden, rietlanden, moerassen, vennen en kleine rivieren.

De uitgebreide vrijstelling is opgenomen in het nieuwe artikel 15, eerste lid, onderdeel s, Wet Belastingen Rechtsverkeer. Voor het begrip ‘natuurgrond’ wordt aangesloten bij de Natuurschoonwet.

Onder natuurgrond wordt verstaan:
• natuurgrond bezet met houtopstanden niet zijnde kweekgoed, kerstboomteelten, laagstamboomgaarden of snijgrienden;
• heidevelden, hoogvenen, laagveenmoerassen, zandverstuivingen, duinterreinen, kwelders,slufters, schorren, gorzen, slikken, groene stranden, rietlanden, ruigten, struwelen, moerassen, vennen, poelen, beken, kleine rivieren, wielen, afgesloten rivierlopen, kreken, bronnen en sprengen, voor zover deze gronden niet in gebruik zijn als landbouwgrond;
• kalkgraslanden, bloemrijke graslanden van het heuvelland, van het zand- en het veengebied of van het rivieren- en zeekleigebied, natte schraalgraslanden, dotterbloemgraslanden van beekdalen of van veen- en kleigebieden, natte matig voedselrijke graslanden, droge schraalgraslanden van de hogere gronden, droge kalkarme duingraslanden, droge kalkrijke duingraslanden en binnendijkse zilte graslanden, voor zover deze gronden slechts in gebruik zijn voor begrazing of als hooiland en begroeid zijn met voor deze graslanden kenmerkende vegetatietypen.

Verder is het van belang dat de inrichting en het beheer van de natuurgrond geheel of nagenoeg geheel duurzaam is afgestemd op het behoud en de ontwikkeling van natuur en landschap. De vrijstelling is beperkt tot grond. In gevallen waarin opstallen aanwezig zijn, is daarover wel overdrachtsbelasting verschuldigd. Anders dan bij de vrijstelling voor cultuurgrond geldt evenmin een vrijstelling voor de ondergrond van bepaalde opstanden.

Een opeenvolgende vervreemding van de natuurgrond hoeft er niet toe te leiden dat de vrijstelling wordt teruggenomen. De vrijstelling blijft intact als ook bij de opvolger sprake blijft van natuurgrond. Ook de nieuwe (tweede) verkrijger kan opnieuw een beroep doen op de vrijstelling. Voor deze tweede verkrijger gaat een nieuwe tienjaarstermijn lopen. In voorkomende gevallen waarbij binnen de tienjaarstermijn wordt doorverkocht, doet de verkopende partij er verstandig aan in de koopovereenkomst een kettingbeding op te nemen om financiële risico’s uit te sluiten.

Ten slotte is er ook nog gedacht aan de mogelijkheid dat natuurgrond weer omgezet wordt in bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond (natuurgrond wordt weer boerengrond). Ook in deze situatie is de belasting niet alsnog verschuldigd, mits gedurende het restant van de tienjaarstermijn van de verkoper de verkrijger de grond als landbouwgrond gebruikt. Voor de in cultuurgrond omgezette natuurgrond gaat overigens een nieuwe tienjaarstermijn lopen op grond van artikel 15, eerste lid, onderdeel q, WBR, de vrijstelling voor de verkrijging van cultuurgrond.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel.

Lees ook Andere artikelen op Agrocount.nl over overdrachtsbelasting

Meer informatie Belastingplan 2008: Factsheet Overige fiscale maatregelen

Meer informatie Ministerie LNV: Natuurschoonwet 1928

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.