Home

Achtergrond 162 x bekeken

Steun met kennis, niet met productie

Nederland kan zeker een bijdrage leveren aan de bestrijding van honger in de wereld. Vooral met kennis, betoogt Gert van der Bijl, werkzaam bij de Raad voor het Landelijk Gebied.

Hij adviseert LTO-voorzitter Albert Jan Maat te pleiten voor vergoedingen voor publieke waarden. Albert Jan Maat schrijft in het Agrarisch Dagblad van 17 oktober dat meer voedsel produceren uitdaging nummer één is voor de land- en tuinbouw. Om de honger in de wereld te bestrijden moet in het EU-landbouwbeleid de relatie tussen beleid en productie blijven bestaan. Ook noemt Maat het omzetten van landbouwgrond in natuur maatschappelijk onverantwoord. Dit zou tot meer minder voedsel en dus meer honger leiden.

Het is de vraag of meer produceren in Europa werkelijk een bijdrage levert aan het verminderen van de honger. Veel ontwikkelingsorganisaties zijn tegen (gesubsidieerde) goedkope exporten naar landen in de derde wereld, omdat daarmee lokale boeren van de markt gedrukt zouden worden.

Het pleidooi van Maat om in Europa voor de hongerigen in de wereld te gaan produceren staat haaks op deze stellingname. Het gaat ook voorbij aan het feit dat honger zelden een gevolg is tekortschietende productie. De oorzaak van honger is vrijwel altijd armoede, gebrek aan middelen om voedsel te kopen. Vaak wordt dit nog versterkt door een gebrekkige infrastructuur waardoor voedsel niet tijdig op de gewenste plaats komt.

De Wereldbank geeft in het Wereld Ontwikkelings Rapport aan dat 75 procent van alle armen in de wereld op het platteland leeft. En dat de meesten van hen voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van de landbouw. Het rapport geeft, net als Maat, aan dat om op mondiaal niveau aan de vraag te voldoen tot 2030 de productie fors moet stijgen: de wereldwijde graanproductie met 50 procent en de vleesproductie zelfs met 85 procent. De Wereldbank geeft aan dat hiervoor goed beleid en blijvende investeringen nodig zijn. Maar dan vooral in die gebieden waar nu armoede heerst, zoals in Afrika bezuiden de Sahara.

De bank geeft aan dat landbouwontwikkeling en bestrijding van armoede op het platteland hoger op de politieke agenda moeten. Het vergroten van de productiviteit, het verbeteren van markttoegang van boeren in vaak afgelegen gebieden en het ontwikkelen van moderne ketens moeten daarbij centraal staan. Minister Verburg heeft met collega Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) aangegeven meer te gaan doen aan ondersteuning van de landbouw in ontwikkelingslanden. De Nederlandse landbouw kan zeker een bijdrage leveren, maar dan vooral met het beschikbaar stellen van kennis en ervaring.

De Wereldbank geeft aan dat afspraken over eerlijke mondiale handelsregels van belang zijn voor het verminderen van honger en armoede. Juist het verder terugdringen van productiestimulerende
landbouwsubsidies draagt volgens de bank bij aan vermindering van armoede en vergroting van de welvaart. Afschaffen van landbouwprotectie in het westen levert ontwikkelingslanden volgens de bank vijf keer zoveel op als de huidige ontwikkelingshulp aan de landbouw.

Maat zou er goed aan doen om in zijn pleidooi voor een beter landbouwbeleid niet productievergoedingen, maar ook vergoedingen voor publieke waarden als landschap en natuur centraal te zetten. Al was het om te voorkomen dat straks nog meer mensen ervoor pleiten om landbouwgrond in natuur om te zetten.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.