Home

Achtergrond 322 x bekeken

Ruilarresten en onttrekking woning aan het ondernemingsvermogen

Op dit moment staan vele duizenden agrariërs voor de keus of zij hun ondernemingswoning over gaan boeken naar het privé-vermogen of niet. Een belemmering voor de keus om de woning uit het ondernemingsvermogen te halen is het feit dat over de belaste stille reserve op de bedrijfswoning met de fiscus afgerekend moet worden. Een mogelijkheid om deze directe belastingheffing te voorkomen is de toepassing van de zogenoemde ‘ruilarresten’.

Als een bedrijfsmiddel onttrokken wordt aan het ondernemingsvermogen vallen de stille reserves vrij. Over deze vrijval is belasting verschuldigd. Dit geldt ook als de bedrijfswoning overgebracht wordt naar het privévermogen op grond van de huidige heretiketteringsregeling. Weliswaar is in de meeste gevallen de boekwinst op de (onder)grond van de woning vrijgesteld, over de ‘stenen’ dient echter wel afgerekend te worden.

Een veel gebruikte mogelijkheid om directe belastingheffing bij vervreemding van een bedrijfsmiddel te voorkomen is de toepassing van de herinvesteringsreserve (HIR). De HIR kan de ondernemer bij een onttrekking aan het ondernemingsvermogen echter niet toepassen. Er is immers geen sprake van een echte ‘vervreemding’. Als de HIR niet van toepassing is, bieden de ruilarresten vaak een uitkomst. De ruilarresten houden simpel gezegd in dat de stille reserve op het oude bedrijfsmiddel wordt doorgeschoven naar het nieuwe bedrijfsmiddel. Op deze manier wordt directe belastingheffing voorkomen.

De toepassing van de ruilarresten wordt soms als mogelijke oplossing bij de onttrekking van de bedrijfswoning aanbevolen. Helaas bieden de ruilarresten in de praktijk in de meeste gevallen geen soelaas. Zoals het woord ruilarresten zelf al zegt, moet er daadwerkelijk geruild worden. Met andere woorden: tegenover de onttrekking van de bedrijfswoning moet er een andere bedrijfswoning ingebracht worden in het ondernemingsvermogen. In de meeste gevallen heeft de ondernemer echter geen tweede bedrijfswoning ter beschikking, dus is ruilen helemaal niet mogelijk.

In het uitzonderlijke geval dat er wel een tweede bedrijfswoning beschikbaar is, is het nog maar de vraag of deze ‘ruil’ verstandig is. De tweede bedrijfswoning komt immers op de balans te staan, zodat alle toekomstige waardeontwikkelingen van deze woning belast gaan worden. Dit (toekomstige) nadeel weegt in de meeste gevallen zwaarder dan de voorkoming van de directe belastingheffing zonder de ruil. In de praktijk zijn de ruilarresten daarom slechts een theoretische mogelijkheid om de directe belastingheffing bij onttrekking van de bedrijfswoning te voorkomen.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost). Geschreven op persoonlijke titel.

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘bedrijfswoning’

Lees ook Studiemiddag Agrocount.nl over agrarisch onroerend goed en de fiscus

Meer informatie ruilarresten: de belangrijkste zijn Hoge Raad 18 maart 1970, nr. 16.322 (geen HIR mogelijk bij onttrekking) en Hoge Raad 15 april 1988, nr. 33.228 (wel ruilarresten mogelijk bij onttrekking). Deze ruilarresten zijn niet beschikbaar op Rechtspraak.nl.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.