Home

Achtergrond 118 x bekeken

Rapport grondgebonden landbouw en Natuurschoonwet

Het Landbouw Economisch Instituut (LEI) en Ernst & Young hebben in opdracht van het ministerie van Landbouw een onderzoek verricht naar de (on)mogelijkheden om grondgebonden landbouwbedrijven binnen de EHS of de Nationale Landschappen onder de NSW te brengen. Het rapport geeft een goed overzicht van de kansen en bedreigingen voor de ondernemer die een rangschikking overweegt.

Veel agrarische ondernemers met een grondgebonden bedrijf overwegen momenteel om (een deel van) het bedrijf te rangschikken onder de Natuurschoonwet 1928 (NSW). Een rangschikking heeft echter veel haken en ogen die voor de individuele ondernemer en adviseur vaak moeilijk te overzien zijn.

Een conclusie van het rapport is dat een aantal grondgebonden landbouwbedrijven volgens de huidige wet en regelgeving zonder nadere aanpassingen reeds geheel of gedeeltelijk onder de NSW kan worden gerangschikt. Wanneer de in de Wet van 14 december 2000 aangekondigde verruiming van de definitie van landgoed van kracht is geworden, worden de mogelijkheden om landbouwgronden onder de NSW te rangschikken slechtsbeperkt verruimd.

De verruiming geldt met name, indien toegestaan wordt dat de landbouwterreinen mogen worden omzoomd door natuurterreinen (in plaats van uitsluitend door bossen of houtopstanden). Zodra landschappelijke aanpassingen aan het object nodig zijn om aan de NSW-rangschikkingscriteria te kunnen voldoen, leidt dit over het algemeen tot hoge kosten voor inrichting en beheer (en, indien grond aan het landbouwbedrijf moet worden onttrokken, bovendien tot inkomstenderving).

Verder komt het rapport ook tot de conclusie dat voordat overgegaan wordt tot rangschikking onder de NSW van (een deel van) het grondgebonden landbouwbedrijf de eigenaar de bedrijfsmatige afweging moet maken of de fiscale faciliteiten wel opwegen tegen de kosten die verband houden met de NSW-rangschikking. Daarbij gaat het om eenmalige kosten en jaarlijks terugkerende kosten.

Wanneer geen landschappelijke aanpassingen nodig zijn om een grondgebonden landbouwbedrijf onder de NSW te kunnen rangschikken, zijn de (uitsluitend eenmalige) kosten beperkt. Zodra er voor de NSW-rangschikking aanpassingen aan het object nodig zijn, worden die uitsluitend terugverdiend wanneer een groot fiscaal NSW-voordeel kan worden genoten.

Het rapport concludeert daarnaast dat indien alle gronden en opstallen die behoren tot een grondgebonden landbouwbedrijf onder de NSW zouden kunnen worden gerangschikt, dit voor een grote groep belanghebbenden niet meer dan een beperkt economisch belang heeft. Slechts voor een beperkte groep levert de NSW-rangschikking van grondgebonden landbouwbedrijven de beoogde duurzame verbetering van het economisch bedrijfsperspectief.

Al met al is het rapport een zeer lezenswaardig stuk dat de problematiek rondom grondgebonden landbouw en de NSW duidelijk in kaart brengt. Naast dit rapport is er in juni 2005 nog een ander rapport verschenen dat aanbeveling verdient om te lezen. Het is eveneens een rapport van het LEI: “Fiscale faciliteiten en knelpunten bij natuurontwikkeling door particulieren” . In dit rapport wordt uitgebreid stilgestaan bij de fiscale (on)mogelijkheden rondom natuur- en landgoedontwikkeling.

Mr. P.L.F. Seegers (voorzitter Platform landbouwnormen, werkzaam bij Belastingdienst Oost) Geschreven op persoonlijke titel.

Meer informatie Fiscale faciliteiten en knelpunten bij natuurontwikkeling door particulieren
Meer informatie Rapport Ernst & Young inzake haalbaarheid landgoed
Lees ook Wijn wijst motie af maar versoepelt regeling wel

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.