Home

Achtergrond 142 x bekeken

Paardenstalling kan tot privévermogen worden gerekend

Het is toegestaan een paardenstalling tot het privévermogen te rekenen als die vanaf het begin af aan voor een gedeelte ook privé wordt gebruikt. Het is dan geen verplicht bedrijfsvermogen, ook al wordt het grootste gedeelte verhuurd. Dat heeft het Gerechtshof van Arnhem bepaald.

Een boerin kocht samen met haar toenmalige echtgenoot in 1999 een onroerende zaak. Deze zaak bestond uit een perceel grond met daarop een woning met horecagedeelte, dat het voormalig echtpaar bij de woning heeft gevoegd, en 25 paardenboxen, een binnenbak en weiland (paardenstalling).

In de aangifte inkomstenbelasting is de onroerende zaak als geheel, dus inclusief paardenstalling, als eigen woning aangemerkt. De onroerende zaak is in december 2000 ,vanwege de scheiding, verkocht aan een derde. In de winst- en verliesrekeningen zijn geen kosten van afschrijving en rentelasten met betrekking tot de paardenstalling opgenomen. De paardenstalling en de daaraan toe te rekenen financiering zijn niet opgenomen in de balans.

Naar aanleiding van de ingediende aangifte in 2000 is een boekonderzoek ingesteld. Hierin staat dat de onroerende zaak ten onrechte geheel tot het privévermogen is gerekend, de paardenstalling verplicht bedrijfsvermogen is en dat de bij de verkoop van paardenstalling behaalde boekwinst, na aftrek van stakingsvrijstelling, als winst uit onderneming aan de belastingheffing is onderworpen. De inspecteur van de belastingdienst legde vervolgens een navorderingsaanslag op.

De paardenhoudster was het hier echter niet mee eens en ging in beroep. Volgens haar is het deel dat volgens de inspecteur als verplicht ondernemingsvermogen moet worden aangemeld een onsplitsbare onroerende zaak die zowel voor de eigen paarden als de verhuur wordt gebruikt. Van de 25 paardenbozen waren er drie voor de eigen paarden, acht voor de verhuur en de binnenbak werd privé gebruikt.

De inspecteur stelt dat de paardenstalling rechtstreeks was verbonden aan de bedrijfsuitoefening en daarom verplicht ondernemingsvermogen. Hij bestrijdt niet dat het om een onsplitsbare onroerende zaak gaat die deels privé werd gebruikt. Ook gaat hij niet in op de mate van privégebrruik. Hij stelt wel dat de privé-paarden bij stagnatie van de bedrijfsactiviteiten als eerst naar huis werden gehaald.

In deze zaak volgt het Hof de paardenhoudster. Ze acht het aannemelijk gemaakt dat het voormalig echtpaar de eigen paarden, direct nadat ze het huis betrokken, thuis te hebben gestald. Het privégebruik van de paardenstalling heeft zich dus van aanvang van de ingebruikneming van de onroerende zaak voorgedaan. Zolang de paardenhoudster al ondernemer waren, heeft ze naar het oordeel van het Hof terecht kunnen beslissen de paardenstalling geheel tot het privévermogen te rekenen.

Meer informatie Volledige uitspraak van het Gerechtshof van Arnhem

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.