Home

Achtergrond 173 x bekeken

'Ontwormen uit voorzorg leidt tot resistentie'

Het behandelen van melkvaarzen tegen maagdarmwormen zonder een echte indicatie dat de dieren de wormen daadwerkelijk hebben, kan bijdragen aan de ontwikkeling van resistentie tegen de medicijnen.

Dat blijkt uit onderzoek van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit van Utrecht. Een gevolg is dat de melkproductie van de vaarzen omlaag gaat.

Veehouders kunnen bepalen of zij hun jongvee kort na het opstallen moeten ontwormen via het bepalen van de hoogte van het pepsinogeengehalte in het bloed van de dieren. In het najaar is er een directe relatie tussen het pepsinogeengehalte en de mate van blootsteling aan Ostertagia ostertagi-larven. Deze parasiet wordt beschouwd als één van de belangrijkste maagdarmwormen.

Het pepsinogeengehalte is een afspiegeling van de parasitaire belasting van een koppel jongvee. Alleen de bepaling van dit gehalte geeft zinvolle informatie over de mate van blootstelling aan maagdarmwormen op het moment van opstallen. Het parasitologisch onderzoek geeft daarvan alleen zes weken na het uitscharen een betrouwbaar beeld.

Van kalveren en pinken kan het pepsinogeengehalte direct na het eerste weideseizoen in het bloedserum worden bepaald. Aangezien het om een koppeldiagnose gaat, moet een melkveehouder afhankelijk van de koppelgrootte van minimaal drie tot vijf dieren een monster insturen.

Diergeneesmiddelenfabrikant Merial subsidieert het onderzoek ter ondersteuning van een goede diagnostiek en het correcte gebruik van zijn middel anthelminticum ten maagdarmwormen.

Of registreer je om te kunnen reageren.