Home

Achtergrond 72 x bekeken

Nu octrooibox in de vennootschapsbelasting

Om innovatie te bevorderen kwam de regering met de zogenaamde octrooibox. In de octrooibox kan de ondernemer de voordelen opnemen uit innovaties die voor minimaal 30 % voorkomen uit octrooien of kwekersrecht. Die voordelen krijgen het verlaagd tarief van 10 % in de vennootschapsbelasting. De regeling geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2007. Onlangs keurde de relevante Europese Gedragscodegroep deze regeling goed.

Voor voordelen uit immateriële activa waarvoor een octrooi of een buitenlands patent is verleend, geldt sinds 1 januari 2007 op verzoek een tarief van 10 procent.

De belangrijkste voorwaarden voor het gebruik van de octrooibox zijn:

1) de belastingplichtige ontwikkelt de immateriële activa zelf en dit gebeurt na 31 december 2006;

2) het inkomen dat met het immaterieel activum wordt behaald, moet voor ten minste 30 procent het directe gevolg zijn van het verleende octrooi. Ook kwekersrechten voor nieuw ontwikkelde plantenrassen worden aangemerkt als octrooi. Merken, logo’s en dergelijke zijn uitgesloten;

3) het inkomen dat in de loop der jaren tegen dit tarief kan worden belast, bedraagt maximaal viermaal het totaal van alle voortbrengingskosten van de activa waarbij gekozen is voor toepassing van de octrooibox;

4) de voordelen moeten de voortbrengingskosten die zijn afgetrokken, hebben overschreden.

5) De regering koos voor deze maatregelen om de regeling toe te spitsen op échte (technische) innovatie en om het uitvoerbaar te houden. Een verleend octrooi is immers in een publiek toegankelijk register te controleren. De octrooibox geldt dus ook voor kwekersrechten. Om de regeling aantrekkelijk te maken voor het bedrijfsleven mag het octrooi ook opgaan in een meer omvattend immaterieel actief.

Het innovatieve element mag echter niet van ondergeschikt belang zijn, daarvoor moeten de te verwachten voordelen voor minimaal 30 procent hun oorzaak vinden in octrooien. De opbrengsten en kosten komen pas in de box voor zover de voortbrengingskosten zijn ingelopen tegen het reguliere tarief van 25,5 procent (de zogenoemde ingroeiregeling). Dit voorkomt dat een verlies bij tegenvallende resultaten slechts aftrekbaar is tegen 10 procent.

Het verlaagde tarief is vormgegeven als grondslagvermindering. Dat wil zeggen dat de voordelen in de box voor slechts 10/25,5 in de grondslag worden opgenomen en tegen het tarief van 25,5 procent worden belast. Hierdoor zijn er geen aanvullende regels nodig voor verliescompensatie.

Het lagere effectieve tarief van 10 procent is gelimiteerd tot maximaal viermaal het totaal van alle in de octrooibox geactiveerde voortbrengingskosten (de zogenoemde boxruimte). Deze gezamenlijke boxruimte wordt jaarlijks bij beschikking vastgesteld. Op deze wijze kan een succesvol actief ook de boxruimte van een minder renderend actief benutten. De belastingplichte kan ieder jaar kiezen voor toepassing van de octrooibox voor immaterieel activum.

Ongeacht of voor de octrooibox is gekozen, kan de belastingplichtige de voortbrengingskosten van zelfontwikkelde immateriële bedrijfsmiddelen in het jaar van voortbrenging ineens ten laste brengen van de winst. De verplichting om voor de voortbrengingskosten te activeren, komt dus te vervallen.

De Gedragscodegroep inzake de belastingregeling voor ondernemingen (Primarolo-groep) stemde op woensdag 19 september 2007 in Brussel in met de door de Europese Commissie opgestelde beschrijving van de Nederlandse octrooibox, zoals neergelegd in artikel 12b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Lees ook Winst behaald met uitvindingen minder belast

Meer informatie Zoekresultaat op de site van het ministerie van Financiën met trefwoord ‘octrooibox’

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.