Home

Achtergrond 249 x bekeken

Landbouwvrijstelling onmogelijk, vervangingsreserve en uitstel winstneming wel

Geen landbouwvrijstelling als het Hof oordeelt dat na de vervreemding van het economisch eigendom een aanmerkelijke kans bestaat dat de grond binnen 6 jaar voor andere dan landbouwdoeleinden gebruikt zal worden. Dat heeft het Gerechtshof van Den Bosch bepaald.

Zelfs als ten tijde van de verkoop de realisatie van de bouw stagneerde en langer dan zes jaar duurde kan toch de uitspraak van het Hof volgens de Hoge Raad niet met succes in cassatie worden bestreden. Het is wel mogelijk de winstneming uit te stellen en er kan een vervangingsreserve worden gevormd.

Twee broers exploiteren al geruime tijd samen een gemengd landbouwbedrijf. Ze zijn ieder voor de helft gerechtigd in de maatschap. Ze bezitten bij het bedrijf een aantal hectares grond. Deze grond is gelegen in een gebied dat door de gemeente als toekomstig woongebied is aangemerkt.

De broers vinden dat ze niet goed door de gemeente geïnformeerd zijn over de toekomst van het gebied. Ze hebben ook bezwaar aangetekend tegen het bestemmingsplan. Maar over verhuizing tegen een redelijke prijs en een goede nieuwe plaats willen ze best nadenken.

In oktober 1997 sluiten de broers een overeenkomst met de gemeente over de verkoop van de grond met de bijbehorende opstallen. De aanslag door de inspecteur van de belastingdienst is volgens de broers vervolgens te hoog.

Ze gaan bij het Hof van Den Bosch in beroep en doen daar primair een beroep op de land- respectievelijk de bosbouwvrijstelling en subsidiair op uitstel van de winstneming tot de juridische levering en op de vervangingsreserve. Het Hof oordeelde dat er geen landbouwvrijstelling mogelijk was en ging verder niet in op het beroep op de vervangingsreserve en uitstel van de winstneming.

De landbouwvrijstelling was volgens het Hof niet mogelijk omdat door het bestemmingsplan, ook al was er sprake van vertraging, er een redelijke kans aanwezig was dat de grond binnen 6 jaar buiten het kader van het landbouwbedrijf zou worden aangewend. Het gegeven dat de gemeente in februari 2000 een nieuw voorbereidingsbesluit heeft genomen om de planprocedure opnieuw te doorlopen doet hier niet aan af.

De broers voerden in cassatie bij de Hoge Raad echter aan dat er ernstig getwijfeld moest worden aan die zes jaar termijn. De Hoge Raad volgt het oordeel van het Hof echter op dit punt. Het Hof is echter wel onterecht aan de vervangingsreserve voorbij gegaan. In geval van de winstneming is het zo dat het voordeliger is deze uit te stellen als de landbouwvrijstelling niet van toepassing is. Dat kan tot het moment van levering.

Uitstel van winstneming is niet mogelijk als het economische eigendom al volledig is overgedragen. In dit geval is het eigendom echter nog niet volledig overgedragen, maar het gebruiksrecht is voorbehouden aan de broers. Uitstel van winstneming is in dit geval dus mogelijk voor zover het de winst betreft die betrekking heeft op het tijdelijke gebruiksrecht.

Verwijzing dient te volgen om de hoogte van de gerealiseerde winst te bepalen. Verwijzing dient ook te volgen om na te gaan of en, zo ja, in hoeverre toepassing van de vervangingsreserve mogelijk is, aangezien het Hof daar niet aan toegekomen is. Het beroep in cassatie is dus gegrond en de uitspraak van het Hof van Den Bosch wordt vernietigd. Er volgt verwijzing naar een ander Hof ter behandeling en beslissing van de zaak.

Meer informatie Volledige uitspraak van de Hoge Raad

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.