Home

Achtergrond 92 x bekeken

Landbouwsteun in Oeso-landen daalt, maar blijft hoog

De landbouwsteun in dertig Oeso-landen (meest rijke, geïndustrialiseerde landen) is vorig jaar gedaald tot 27 procent van het gemiddelde boereninkomen.

Dit kwam vooral door de stijgende productprijzen, waardoor minder compensatie nodig was. Niettemin blijft het gemiddelde steunniveau hoog. Dit meldt de Oeso in haar jaarrapportage over de landbouwpolitiek in 2006.

In totaal werd vorig jaar in de aangesloten landen voor 214 miljard euro steun gegeven aan de agrarische sector. Dit is een enorm bedrag, maar is toch slechts 1,1 procent van het bruto binnenlands product (BBP) in deze landen. Het is bovendien meer dan een halvering ten opzichten van de gemiddelde uitgaven in de periode 1986-1988. Toen waren de landbouwuitgaven goed voor 2,5 procent van het BBP.

De steunverlening aan boeren verschilt enorm per land. In Nieuw Zeeland maakten subsidies vorig jaar slechts één procent uit van de inkomsten in de landbouw, terwijl de steun in landen als IJsland, Noorwegen, Korea en Zwitserland meer dan zestig procent van het boereninkomen uitmaakte.

De Europese Unie scoort het slechtst onder de grote handelsblokken. Daar waren steunmaatregelen van overheidswege goed voor 34 procent van het boereninkomen, in de Verenigde Staten was dat veertien procent en in landen als Canada en Mexico 22 procent. Over de steun in landen als Brazilië, India, Rusland en China vermeldt de Oeso niets, omdat deze landen geen lid zijn van de organisatie.

Of registreer je om te kunnen reageren.