Home

Achtergrond 368 x bekeken

Eindelijk: de partner mag in de maatschap

Als de bedrijfsopvolger na een bedrijfsovername gebruikmaakt van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet (in de agrarische sector is dat bijna standaard het geval), moet hij de overgenomen onderneming minstens 5 jaar voortzetten. Deze voorwaarde maakte het feitelijk onmogelijk om in deze periode de partner van de ondernemer tot de maatschap te laten toetreden. Dankzij de inspanningen van velen is een oude toezegging van ex-minister Zalm nu gestand gedaan: de partner van de overnemer kan nu bijna altijd direct na de overname in de maatschap komen zonder fiscale problemen.

Het besluit over de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet van 1956 (besluit nr. CPP2007/383M, 10 oktober 2007, Staatscourant 202) heeft vele gevolgen voor agrarische ondernemingen die in nieuwe handen overgaan. Agrocount.nl bespreekt verschillende aspecten in afzonderlijke artikelen.

Voortzetten

Een van de voorwaarden voor de bedrijfsopvolgingsregeling voor ondernemingsvermogen in de Successiewet is dat de verkrijger de onderneming minstens 5 jaar voor eigen rekening voortzet. Deze ‘voortzettingseis’ zorgt ervoor dat de faciliteit enkel voor echte gevallen van bedrijfsopvolging gegeven wordt. In deze lijn past het dat de faciliteit wordt ingetrokken indien de verkrijger ophoudt uit de onderneming ‘winst te genieten’.

Zo houdt de ondernemer op winst te genieten (in ieder geval ten dele) voor de bedrijfsopvolgingsregeling als iemand anders toetreedt tot de onderneming. Dat is ook het geval bij een geruisloze doorschuiving of bij een toetreding waarbij de zittende ondernemer alle stille reserves voorbehoudt, zodat hij per saldo geen belasting hoeft te betalen. Als hij dit binnen de in de wet opgenomen periode van 5 jaar doet, vervallen de faciliteiten voor de bedrijfsopvolgingsregeling. Zoals gezegd is hierbij de behandeling voor de heffing van inkomstenbelasting niet van belang.

In een bij de Successiewet behorende uitvoeringsregeling zijn overigens situaties opgenomen waarin niet (volledig) aan de voortzettingseis voldaan hoeft te worden. De situatie waarin een ondernemer met zijn partner een samenwerkingsverband wenst aan te gaan viel daar niet onder.

Aangaan samenwerkingsverband

De hiervoor geschetste situatie ervoer de praktijk als een groot probleem. Los van de fiscale voordelen van de fiscale status van ondernemer voor beide partners voelde degene die feitelijk niet kon toetreden (meestal: de vrouw) maar die feitelijk wel fungeerde als ondernemer zich tekort gedaan.

Eerder gaf de minister van Financiën aan dat de voortzettingseis in zijn ogen een reële eis is, waarvoor geen ontheffing toegestaan kan worden. Dat standpunt handhaaft het ministerie ook nu nog onverkort, echter slechts op het deel van de onderneming waarop de bedrijfsopvolgingsfaciliteit is toegepast.

Als een ondernemer eerst in maatschap zat met zijn ouders en hij neemt hun maatschapsaandeel over, dan blijft voor dit gedeelte gelden dat hij dit gedurende 5 jaar alleen moet voortzetten. Voor het maatschapsaandeel dat hij al bezat, geldt dit niet meer. De eerder bestaande ‘besmetting’ met de vijfjaarstermijn van het al in eigendom zijnde gedeelte is met dit besluit komen te vervallen.

Wetswijziging

Op dit moment wordt de noodzakelijkheid van een wetswijziging op dit punt bezien. Vooruitlopend op deze wetswijziging keurt de staatssecretaris van Financiën goed dat op verzoek de voortzettingseis niet geldt voor het aandeel in de maatschap dat de bedrijfsopvolger al bezat toen hij een aandeel in de maatschap erbij kreeg. De goedkeuring geldt ook voor de uitstelregeling van artikel 25, 13de lid, van de Invorderingswet 1990 die is toegepast op een onderbedelingsvordering in verband met de toedeling van de onderneming aan de bedrijfsopvolger.

Alles opgelost?

Wat de ondernemer al had, kan hij dus vanaf nu overdragen. In ieder geval twee probleempjes resten ons nog: als de opvolger nog helemaal geen aandeel had (alles zat nog bij de ouders) en hij neemt de hele zaak in één keer over (bijvoorbeeld na een plotseling overlijden van de beide ouders), kan hij uiteraard nog niets aan de partner overdragen. Verder zullen niet in alle gevallen de beide partners de vaak gewenste fiftyfifty-verdeling kunnen krijgen. In de beide hiervoor genoemde situaties moet men nog steeds 5 jaar wachten. Maar dat met dit besluit een belangrijke verbetering tot stand is gebracht, kan niemand ontkennen.

S.F.J.J. Schenk, directeur adviesgroep Fiscale Zaken van de Gibo Groep

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoord ‘bedrijfsopvolging’

Lees ook Studiemiddag van Agrocount.nl ‘Bedrijfsopvolging in de agrarische sector’

Meer informatie Ministerie van Financien over de aanpassing van de bedrijfsopvolgingsregeling

Meer informatie Besluit 10-10-2007, nr. CPP07-383, Successiewet 1956. Bedrijfsopvolgingsregeling

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.