Home

Achtergrond 142 x bekeken

'Afvalhopen de grote boosdoeners'

Antwoord a is goed. De aardappelziekte, ook vaak phytophtora genomd naar de veroorzakende schimmels, blijft als mycelium over in de knol. Daarom vormen aardappelafval-hopen een grote infectiebron. Hier vindt veelal op een vroeg tijdstip haardvorming plaats vanwege een zeer gunstig microklimaat en de aanwezigheid van zieke knollen.

De aardappelziekte tast van onze akkerbouwgewassen alleen de aardappel aan. Voor infectie moet voldaan zijn aan bepaalde eisen ten aanzien van onder andere luchtvochtigheid, temperatuur en afwezigheid van zon. Wordt aan deze eisen voldaan ,dan kan de ziekte zich zeer snel uitbreiden. Vooral in de afalhopen is vaak vroeg in het groeiseizoen het microklimaat al gunstig voor deze schimmel.

Infecties van gewassen te velde vinden maar al te vaak plaats vanuit deze afvalhopen. Voor sporekieming en infectie is vrij water op het blad nodig, waarna de schimmel het blad ingroeit. Aardappelziekte in het blad uit zich in onregelmatige vlekken.

Aan de onderzijde van het blad is rond de door phytophthora aangetaste plek een witachtige ring te zien. Hier vinden we de uiteinden van de schimmeldraden (het mycelium), waarop sporevor-ming plaats vindt. Die sporevorming gebeurt 's nachts bij 100% luchtvochtigheid. 's Morgens rijpen de sporen bij afwezigheid van zon. Pas daarna kunnen planten worden geïnfecteerd.

Soms is alleen stengelziek aanwezig. Deze vorm van aantasting vinden we veelal vroeg in het seizoen onder wat drogere omstandigheden. Vroeg in het seizoen is ook het microklimaat nog niet optimaal. Het gewas is nog open zodat de wind nog vrij spel heeft. Maar in de okselknoppen kan onder die omstandigheden toch voldoende lang vocht aanwezig zijn voor de kieming van de sporen.

Ook na de kieming kan nog verdroging optreden.

Regenen de sporen van het blad af, dan kunnen ze onder vochtige omstrandigheden bij de knollen komen en deze infecteren.

Of registreer je om te kunnen reageren.