Home

Achtergrond 948 x bekeken

AMvB Landbouw milieubeheer biedt uitkomst in aangevochten milieuvergunningen

De nieuwe AMvB Landbouw milieubeheer (hierna: AMvB) geldt sinds 6 december 2006. Hierdoor hebben ook bedrijven van grotere omvang soms geen vergunning nodig, maar kunnen ze volstaan met een melding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling of ABRvS) heeft een aantal interessante uitspraken gedaan over milieuvergunningen in relatie tot de nieuwe AMvB. Enkele vee- en paardenbedrijven met een vergunning, die niet meer nodig was sinds de AMvB, konden hun plannen handhaven nadat derden bezwaar aantekenden.

In de eerste uitspraak ging het om een vergunning voor een melkrundveehouderij. B&W hadden deze op 4 april 2006 verleend voor het houden van 117 melkkoeien en 70 stuks jongvee. De Afdeling heeft het beroep behandeld na inwerkingtreding van de AMvB. Zij overweegt dat met de inwerkingtreding van de AMvB de verleende vergunning van rechtswege is komen te vervallen. Daardoor hebben de appellanten die bezwaar aantekenden tegen het veebedrijf, geen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van de bestreden vergunning. Het beroep is niet-ontvankelijk (ABRvS 31 januari 2007, LJN AZ7442).

In een andere uitspraak ging het om een paardenhouderij. Voor deze inrichting was in 1988 een oprichtingsvergunning verleend voor het houden van 50 paarden. Op 9 mei hebben B&W een revisievergunning verleend voor het houden van 45 paarden. Hiertegen zijn appellanten in beroep gegaan, omdat deze personen aanscherping dan wel wijziging van de voorschriften wilden. De paardenhouderij valt echter onder de AMvB. Hoewel de appellanten op zich gelijk hebben, verklaart de Afdeling het beroep niet gegrond. De inrichting zou dan namelijk terugvallen op de vergunning van 1988 waarbij 50 paarden zijn toegestaan. Hierdoor zouden appellanten in een nadeliger positie komen. Dat mag niet volgens de wet. De Afdeling heeft het beroep ongegrond verklaard, de revisievergunning voor 45 paarden blijft in stand (ABRvS, 7 februari 2007, LJN AZ7953).

De derde uitspraak betrof weer een melkrundveehouderij. Hiervoor was in 1992 een revisievergunning verleend voor 120 melkkoeien en 116 stuks jongvee. In 1996 had de vergunninghouder een melding gedaan voor de bouw van een nieuwe stal. Op 22 mei 2006 hadden B&W een revisievergunning verleend voor een melkrundveehouderij. De voorzitter van de Afdeling heeft dit besluit op 30 augustus 2006 geschorst. Hierdoor viel de vergunninghouder terug op zijn vergunning uit 1992. Bij inwerkingtreding van de AMvB op 6 december 2006 is de inrichting onder de AMvB komen te vallen. Ook de geschorste vergunning is komen te vervallen. De appellant die bezwaar tegen de revisievergunning aantekende, heeft geen belang meer bij het beroep. De Afdeling verklaarde dat beroep niet-ontvankelijk op 28 februari 2007 (LJN AZ9502). In deze situatie liep de schorsing met een sisser af. Dat zou anders zijn geweest wanneer een oprichtingsvergunning zou zijn aangevraagd. Dan zou de aanvrager niet kunnen terugvallen op een eerdere vergunning.

Bovengenoemde uitspraken laten zien dat (ditmaal) dankzij het juridische woud aan regels gewenste aanpassingen aan bedrijven in stand kunnen blijven. De vee- en paardenbedrijven met een vergunning die niet meer nodig was sinds de AMvB, konden hun plannen handhaven na bezwaar van derden.

Mr. Ir. Jacoline Kroon, werkzaam bij A&S Advocaten te Wageningen.

Lees ook Zoekresultaten op Agrocount.nl met trefwoorden ‘landbouw milieubeheer’

Meer informatie Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, 31 januari 2007, over het eerste melkrundveebedrijf

Meer informatie Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, 7 februari 2007, over het paardenbedrijf

Meer informatie Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, 28 februari 2007, over het laatste melkrundveebedrijf

Meer informatie AMvB Landbouw milieubeheer via de site van Infomil

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.