Home

Achtergrond 286 x bekeken

Winst verkoop melkquotum van boer niet belast bij zijn echtgenote-medevennoot

De winst bij de verkoop van melkquotum van een agrarisch bedrijf in maatschapverband van een echtpaar is niet belast bij de vrouw, als het quotum tot het buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen van haar man behoorde. Dat heeft de rechtbank van Breda bepaald.

Een echtpaar dreef in maatschapverband een agrarisch bedrijf. De winst werd gelijk over de beide partners verdeeld. Het melkquotum en suikerquotum behoorden echter tot het buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen van de echtgenoot.

Vanwege het besluit tot emigratie werd in 1998 het melkquotum verkocht en de woning te koop gezet. Ook richtte het echtpaar een BV op dat tot de maatschap ging behoren. Het mestquota en het gebruik en genot van het suikerquotum bracht de echtgenoot onder in de maatschap. De winstverdeling bleef ongewijzigd.

Eind 1999 is een maatschapovereenkomst gesloten tussen de man en vrouw en de BV. Het echtpaar bracht hierbij de agrarische onderneming in inclusief cultuurgrond en quota alsmede arbeid en vlijt en de BV kennis en zakelijke relaties alsmede een geldbedrag. De winstverdeling veranderde naar een derde per partner. Het echtpaar zou verder 5 procent van de verkoopwinst van de quota krijgen en de BV 95 procent.

December 1999 werd de boerderij verkocht. Het echtpaar sloot vervolgens in juni 2000 twee lijfrenteovereenkomsten af met de BV voor de gedeeltelijke overdracht van de onderneming. Een jaar later kwam een overeenkomst van winstrecht tot stand. De betaling van de koopsom van de onderneming door de BV geschiedde namelijk door het toekennen van winstrecht. Augustus 2001 emigreerde het echtpaar met hun zes kinderen.

Volgens de inspecteur van de belastingdienst heeft de inbreng van de maatschap in de BV helemaal nooit plaatsgevonden. Daarom is de berekening van de navorderingsaanslag onjuist. Ten aanzien van het melkquotum is de inspecteur van mening dat de echtgenoot dat nodig heeft voor de onderneming. Daarom zou hij dat voor de helft of geheel hebben moeten overdragen.

De Rechtbank is van mening dat de winst die is behaald met de verkoop van het melkquotum geheel in de maatschap is gestopt en dat het bedrag dus in mindering moet worden gebracht bij het inkomen van de echtgenoot. Er is daarnaast geen winst uit onderneming gerealiseerd. Ten aanzien van de aankoop van het winstrecht heeft het echtpaar volgens de Rechtbank onzakelijk gehandeld.

De hoogte van de jaarlijkse uitkeringen, waarbij wordt uitgegaan van voortzetting van het melkveebedrijf, acht de Rechtbank onjuist. Dit omdat ten tijde van het aangaan van het winstrecht het melkquotum reeds was verkocht. Geen redelijk weldenkend ondernemer zou volgens de Rechtbank zo’n transactie aangaan.

Ten aanzien van de lijfrente stelt de boerin dat die aftrekbaar is. In beginsel klopt dat volgens de Rechtbank. De lijfrente moet dan wel worden aangekocht bij een verzekeraar. Een andere eis is dat de lijfrente bij de BV is bedongen als tegenprestatie voor de overdracht van een onderneming of een gedeelte van de onderneming aan die BV. In dit geval is de premie dus aftrekbaar.

Meer informatie Volledige uitspraak van de Rechtbank van Breda

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.