Home

Achtergrond 114 x bekeken

Percelen deels aanhorigheden bij eigen woning

Alleen percelen die behoren bij de eigen woning, die daaraan dienstbaar zijn en daarbij in gebruik zijn kunnen worden aangemerkt als aanhorigheid van de eigen woning. Dat heeft het Gerechtshof van Leeuwarden bepaald.

Twee zussen woonden samen in een landelijk gelegen woning. Eind 2000 kochten ze twee percelen grond met daarop een paardenbak. Voor de financiering gingen ze een hypothecaire lening aan. Eén van de twee zussen trok de rente die ze over haar deel van de lening schuldig was af als eigen woningrente omdat de aangekochte percelen volgens haar aanhorigheden bij de eigen woning waren.

Volgens de inspecteur van de belastingdienst gold dat echter slechts voor een klein gedeelte van de percelen. Voor het overgrote gedeelte vond hij dat de woning vele jaren probleemloos had kunnen fungeren zonder de extra grond. Hij verlaagde daarom de aftrekbare eigenwoningrente. Hiertegen ging één van de zussen in beroep.

Het Gerechtshof volgde de inspecteur en oordeelde dat slechts een klein stuk van de percelen een aanhorigheid vormde. De overige grond, met uitzondering van de paardenbak, behoorden niet tot de eigen woning omdat de zussen deze stukken grond door iemand anders lieten verbouwen.

Voor de beantwoording op de vraag of er sprake is van aanhorigheid is van belang of de aangekochte percelen behoren bij de eigen woning, daarbij in gebruik zijn en daaraan dienstbaar zijn. In tegenstelling tot de inspecteur van de belastingdienst oordeelde het Hof dat dit ook voor de paardenbak gold. De stelling van de inspecteur dat de woning ook zonder de percelen kon functioneren deed het Hof af als een drogreden. Het beroep was dus deels gegrond.

Meer informatie Volledige uitspraak van het Gerechtshof van Leeuwarden

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.