Home

Achtergrond 93 x bekeken

Naburigheid en verbetering landbouwstructuur van belang

Er kan geen beroep worden gedaan op de landbouwstructuurvrijstelling als niet is voldaan aan het naburigheidsvereiste en/of de eis van verbetering van de landbouwstructuur. Dat heeft het Gerechtshof van Arnhem bepaald.

Een echtpaar dat een vleesvarkenshouderij exploiteert wordt in 1998 eigenaar van een aantal percelen. Eén perceel ligt op 175 kilometer van het bedrijf en de andere twee op 2 a 3 kilometer. Hierover betaalden ze geen overdrachtsbelasting omdat ze ervan uitgingen dat de verkrijgingen binnen het bereik van de landbouwstructuurvrijstelling vielen.

Volgens de inspecteur van de belastingdienst is de landbouwstructuurvrijstelling in dit geval echter niet van toepassing. Dit omdat volgens hem zeker bij het perceel dat op 175 kilometer afstand ligt niet is voldaan aan de eis van een beperkte afstand. Ook betwist de inspecteur dat is voldaan aan de aanvullende eis betreffende de verbetering van de landbouwstructuur. Hij besloot daarom over te gaan tot een naheffing.

Bij het criterium verbetering van de landbouwstructuur gaat het volgens de jurisprudentie om de algemene landbouwstructuur in het desbetreffende gebied. Zowel de positie van de verkrijger als die van de vervreemder van de percelen moet in die beoordeling worden betrokken.

Hierbij spelen bijvoorbeeld de bereikbaarheid van de percelen, de eventuele schaalvergroting, de vermindering van het aantal losse percelen de kavelgrootte, de mogelijkheden tot een rendabele exploitatie, de spreiding van de landbouwbedrijven en het duurzaam in stand houden van de agrarische productie een rol.

De landbouwstructuurverbetering hoeft niet meteen in te treden, het gaat erom of de verkrijging bedoeld is om tot verbetering van de landbouwstructuur te leiden en of redelijkerwijs aannemelijk is dat zij zal kunnen worden verwezenlijkt.

De vleesvarkenshouder is van mening dat hij aan deze eis voldoet omdat hij door het in eigendom verkrijgen van de gronden voorkomt dat in de toekomst, na beëindiging van het erfpachtcontract in 2021, een bestemmingswijziging van landbouw naar woningbouw plaats vindt. Ook is de bedrijfsopvolging in de toekomst door het eigendomsrecht gewaarborgd en zijn de bevoegdheden van een volle juridische eigenaar ruimer dan die van een erfpachter.

Volgens het Gerechtshof zijn deze argumenten niet voldoende voor de eis van verbetering van de landbouwstructuur. Volgens haar was er tijdens de verkrijging van de gronden in 1998 nog geen zinnig woord te zeggen over de situatie in 2021. Het argument dat door het verkrijgen van de extra gronden de afzetmogelijkheden voor mest zijn vergroot doet hierbij ook niet ter zake omdat de grond niet aan de eis van naburigheid voldoet.

Meer informatie Volledige uitspraak van het Gerechtshof van Arnhem

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.