Home

Achtergrond 116 x bekeken

Agrarische boerderij voor WOZ-waarde niet vergelijkbaar met woonboerderij

Het is voor het bepalen van de WOZ-waarde niet zomaar mogelijk een agrarische boerderij met woonboerderijen te vergelijken. Ook niet als de agrarische boerderij in de toekomst zonder meer als woonboerderij wordt gebruikt. Daarvoor is in ieder geval vrijstelling van het bestemmingsplan nodig. Dat heeft de Rechtbank van Utrecht bepaald.

De gemeente vergeleek in het kader van de WOZ een agrarische boerderij met twee woonboerderijen. Volgens de eigenaar van de boerderij was dit echter onterecht. Hij heeft namelijk geen woonboerderij maar een verpacht landbouwbedrijf met bedrijfsopstallen en bijbehorende grond. Het bedrijf wordt door de pachter geëxploiteerd als melkveebedrijf, waarbij de pachter de bedrijfswoning bewoont.

Volgens de gemeente is de vergelijking echter wel mogelijk. Ze zegt voldoende rekening te hebben gehouden met relevante waardebepalende verschillen. Ook kan volgens haar de boerderij als woonboerderij worden gebruikt, gelet op de mogelijkheid vrijstelling te verlenen van de ter plaatse geldende planvoorschriften.

De Rechtbank stelt dat volgens de jurisprudentie bij de waardering ingevolge de wet WOZ rekening moet worden gehouden met beperkingen die uit wettelijke voorschriften, waaronder bestemmingsplanvoorschriften, voorvloeien. In dit geval heeft de gemeente volgens de rechtbank alleen de bevoegdheid aangegeven dat ze vrijstelling van bestemmingsplannen kan geven.

De heffingsambtenaar heeft geen onderzoek gedaan naar de omstandigheden waarin vrijstelling is verleend voor de burgerwoning van de referentiewoningen en heeft evenmin de kansrijkheid onderzocht van een aanvraag om vrijstelling ten behoeve van de bewuste woning.

Daarnaast heeft de gemeente niet voldoende aannemelijk kunnen maken dat ten behoeve van de burgerwoning van het object daadwerkelijk vrijstelling van het bestemmingsplan zal kunnen worden verleend. Bij de vaststelling van de WOZ-waarde is van belang welke prijs de meest biedende gegadigde na de beste voorbereiding wil betalen voor het object. Gelet hierop stelt de rechtbank dat de referentiewoningen niet vergelijkbaar zijn met de bewuste woning.

Meer informatie Volledige uitspraak van de Rechtbank van Utrecht

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.