Home

Achtergrond 157 x bekeken

Landbouwvrijstelling ten onrechte toegepast

Als bepaalde gronden in het verleden voor langere tijd verpacht zijn geweest aan derden dan is landbouwvrijstelling op een deel van de verkoopwinst en een deel van de vergoeding waardedaling niet mogelijk. Dat heeft de rechtbank van Den Haag bepaald.

Een boer exploiteert een boomkwekerij onder glas. Hij heeft de grond daarvoor in 1981 in zijn bezit verkregen. In verband met de aanleg van de hogesnelheidslijn (HSL) verkocht hij een gedeelte van zijn grond aan de staat. Voor een ander deel van zijn land kreeg hij een vergoeding wegens waardedaling, omdat het betreffende perceel niet meer als glastuinbouwgrond gebruikt kon worden.

De agrariër past op de behaalde verkoopwinst en de vergoeding voor de waardedaling de landbouwvrijstelling toe. De inspecteur van de belastingdienst volgt in eerste instantie de aangifte van de boer, maar gaat later, na bevindingen uit een boekonderzoek, tot navordering over.

Reden hiervoor is het feit dat de betreffende percelen voor langere tijd verpacht zijn geweest aan derden. De boer ging hiertegen in beroep maar de Rechtbank staat de navordering toe. Mede omdat de inspecteur ten tijde van het vaststellen van de aanslag niet bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn met het bovenstaande feit.

Meer informatie Volledige uitspraak van de Rechtbank van Den Haag

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.