Home

Achtergrond 97 x bekeken

Verwarring bij uitvoeringsregeling Meststoffenwet

De gebruiksnorm van 250 kg N mag uitsluitend ingevuld worden met dierlijke meststoffen afkomstig van graasdieren. Het is niet zo dat een bedrijf met derogatie gaan varkensmest mag aanvoeren. Twee punten van de uitvoeringsregeling Meststoffenwet die niet voor iedereen even duidelijk zijn.

De beperking tot graasdierenmest is van belang voor het berekenen van de gebruiksruimte voor dierlijke meststoffen op bedrijfsniveau. Bij dezeberekening moet iedere hectare van het bedrijf worden toegedeeld aan de op het bedrijf te gebruiken dierlijke meststoffen afkomstig van graasdieren, bedoeld in artikel 24, lid 2, dan wel aan dierlijkemeststoffen afkomstig van staldieren.

De hectaren die worden toegedeeld aan de hoeveelheid meststoffen afkomstig van graasdieren mogen worden ingevuld met 250 kg N per hectare per jaar. Voor de overige hectare, die worden toegedeeld aan dierlijk meststoffen afkomstig van staldieren, wordt gerekend met 170 kg stikstof per hectare per jaar.

Rekenvoorbeeld (paragraaf 2.3 toelichting Uitvoeringsregeling):Bedrijf heeft 40 hectare (waarvan meer dan 70% grasland) en produceert 7500 kg N in de vorm van graasdierenmest. Om die mest op het eigenbedrijf te kunnen plaatsen zijn 7500/250 = 30 hectare nodig. Dan resteren 10 hectaren. Daarop kan 10 x 170 = 1700 kg N van staldierenmest worden geplaatst.

De berekening kan ook andersom worden gemaakt: eerst toedeling van hectare aan meststoffen afkomstig van staldieren envervolgens toedeling van de overgebleven hectaren aan meststoffen afkomstig van graasdieren. Het mag echter niet zo zijn dat aan hectaren waaraan meststoffen afkomstig van staldieren zijn toegedeeld, vervolgensook nog meststoffen afkomstig van graasdieren worden toegedeeld (dus dat de gebruiksruimte van 170 kg N tot 250 kg N met graasdierenmest wordt opgevuld).

Op grond van deze uitgangspunten kan iedere landbouwer zelf zijn optimale invulling van de gebruiksruimte berekenen. De berekening eninvulling van de gebruiksruimte bepalen de hoeveelheid dierlijke meststoffen die de ondernemer binnen zijn bedrijf kan gebruiken.

Binnen deze ruimte is de ondernemer vrij om de meststoffen naar eigen inzicht aan te wenden op de percelen. Hij kan daarbij meststoffen afkomstig van graasdieren en meststoffen afkomstig van staldieren op een en hetzelfde perceel combineren. Voorwaarde is en blijft vanzelfsprekend dat de meststoffen verantwoord wordt verdeeld over het bedrijf, zoals is voorgeschreven in artikel 6 van het Besluit gebruik meststoffen (=volgens een goede landbouwpraktijk).

Marieke van Beers, Hendrix UTD

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.