Home

Achtergrond 125 x bekeken

Mondelinge pacht niet waardedrukkend voor overdrachtsbelasting

Een schriftelijk pachtcontract is vereist voor het bewerkstelligen van de uit de Pachtwet voortvloeiende bijzondere positie van de pachter en daaraan verbonden (voor)rechten. Een mondelinge overeenkomst is niet voldoende. Dat heeft de Hoge Raad bepaald.

Een boerenzoon trad toe tot een maatschap met zijn vader en een oom. De oom bracht de grond in voor de onderneming. Bij het ontbinden van de maatschap in 2001 ging de grond van de oom naar zijn neef over. Hierbij werd een beroep gedaan op vrijstelling van de overdrachtsbelasting.

De inspecteur van de belastingdienst legde echter een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op. Hij ging hierbij uit van de waarde van het perceel in niet-verpachte staat. De boerenzoon ging hiertegen in beroep omdat hij dacht wel recht te hebben op vrijstelling omdat volgens hem de verkrijging voor de overdrachtsbelasting moest worden behandeld alsof zijn vader de grond had verkregen. Verder stelde hij dat er steeds een gebruiksvergoeding aan zijn oom was bepaald en daarom de verpachte waarde van toepassing was.

Het Hof volgde de inspecteur in deze zaak. Vrijstelling was niet van toepassing omdat de oom niet tot de door de wet omschreven kring van bloedverwanten bestond. Ook was er terecht uitgegaan van de niet-verpachte waarde. Dit omdat een schriftelijk pachtcontract ontbrak.

Beroep op het feit dat er wel een mondelinge overeenkomst was werd na cassatie door de Hoge Raad verworpen. Die stelde dat er evenmin een pachtovereenkomst was die nog niet schriftelijk was aangegaan, maar waarvan op grond van de pachtwet een schriftelijke vastlegging had kunnen worden gevorderd.

Meer informatie Volledige uitspraak van de Hoge Raad
Meer informatie Volledige uitspraak van het Gerechtshof van Den Haag

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.