Home

Achtergrond 115 x bekeken

Geen staking als onderneming tijdelijk in omvang is teruggebracht

De omstandigheid dat een boer zijn onderneming, wegens omstandigheden, in omvang terugbrengt brengt niet met zich mee dat gezegd kan worden dat de onderneming ook is geliquideerd. Ook het vervangen van teelt kan niet leiden tot de conclusie dat een teelt is gestaakt, als een kweker een deel van zijn kassen, dezelfde bedrijfsmiddelen en de volledige grond is blijven gebruiken. Dat heeft de rechtbank van Breda bepaald.

Een boer heeft sinds 1988 een onderneming waarvoor hij bloemen, planten en groenten kweekt. Hij is hiervoor in het bezit van 6000 vierkante meter grond en 5400 vierkante meter kassen. Financiële redenen zijn de grondslag voor het feit dat hij zes jaar geleden in dienst is getreden bij een handelskweker en een gedeelte van zijn kassen verhuurt. In de rest van zijn kassen is hij andere, minder arbeidsintensieve groenten en planten blijven kweken.

Volgens de inspecteur van de Belastingdienst heeft de man zijn onderneming in 2002 gestaakt. Dit omdat er in 2003 totaal geen omzet meer is gehaald uit de bloemenkwekerij en de kassen gedeeltelijk zijn verhuurd en voor het andere gedeelte worden gebruikt voor een voor de onderneming vreemde activiteit, namelijk de kweek van groenten. Daarnaast kunnen volgens de inspecteur de andere activiteiten van de boer niet als het drijven van een onderneming worden aangemerkt. Hij legt daarom een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen op naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van 181.171 euro.

De kweker gaat hiertegen in hoger beroep. Hij stelt dat de onderneming niet is gestaakt, maar tijdelijk op een laag pitje is gezet. Dit omdat hij het met drie schoolgaande kinderen niet meer financieel kon bolwerken. Hij heeft toen werk gezocht en gevonden en kon daarnaast ook werkzaamheden voor zijn onderneming blijven verrichten. Voor beide activiteiten werkt de kweker evenveel uren. Hij is wel overgeschakeld op minder arbeidsintensieve teelt, namelijk buxus en groenten. Ook verkoopt hij samen met zijn broer kerstbomen. In 2007, als één van zijn kinderen is afgestudeerd wil de boer zich weer volledig gaan richten op de onderneming. Hij heeft de huur van de kassen daarom ook zo ingericht dat hij die elk moment kan opzeggen.

De rechtbank vindt dat de inspecteur van de Belastingdienst het onvoldoende aannemelijk heeft kunnen maken dat de onderneming is gestaakt. Ze volgt de redenering van de boer dat de onderneming tijdelijk in omvang is teruggebracht. Ook acht ze het aannemelijk dat de boer nadat zijn kinderen zijn afgestudeerd weer activiteiten gaat verrichten om de onderneming verder uit te bouwen. De rechtbank leidt dit af uit het feit dat de boer de verhuur van de kassen ieder moment kan beëindigen en hij de volledige grond is blijven gebruiken voor zijn onderneming.

Meer informatie Volledige uitspraak van de rechtbank van Breda

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.