Home

Achtergrond 111 x bekeken

Bij vaststelling WEV–waarde rekening houden met nog te verlenen bouwvergunning

Bij het bepalen van de hoogte van de waarde in het economisch verkeer (WEV) van de grond is van belang in hoeverre op de datum van verkoop rekening gehouden moet worden met de nog te verlenen bouwvergunning. Dat heeft het Gerechtshof van Leeuwarden bepaald.

Een boer verkocht in 2001 een deel van zijn onbebouwde grond aan zijn zoon. Hij deed dat voor de waarde van de grond bij agrarisch gebruik (WEVAB). De hierbij behorende winst werd geheel onder de landbouwvrijstelling gebracht.

Eind 2001 had de zoon een aanvraag ingediend voor een bouwvergunning voor een woning met loods op de door hem gekochte grond. Hij had aangegeven hier een boomkwekerij te beginnen. Hij kreeg de vergunning 20 maart 2002. De woning en de loods zijn inmiddels gebouwd.

Doordat de bouwvergunning is verleend is de WEV waarde hoger geworden dan de WEVAB. Dat houdt in dat het verschil tussen deze waarden bestemmingswijzigingswinst inhoudt, waarop de landbouwvrijstelling niet van toepassing is. De boer was van mening dat de belastinginspecteur dat verschil voor zijn aanslag echter veel te hoog had ingeschat en ging in beroep.

Volgens het Hof hadden de landbouwer en zijn zoon op de verkoopdatum grote mate van zekerheid dat een bouwvergunning zou worden verleend. Daarom had de inspecteur de WEV van de grond terecht gewaardeerd als bouwperceel bestemd als woonlocatie in het buitengebied. Het beroep van de boer verklaarde het Hof dan ook ongegrond.

Meer informatie Volledige uitspraak van het Gerechtshof van Leeuwarden

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.