Home

Achtergrond 244 x bekeken

Schapenhouderij niet gelijk aan intensieve veehouderij in reconstructieplan

Een schapenhouder wil zijn stal uitbreiden boven het in het bestemmingsplan genoemde maximaal aantal vierkante meters. De gemeente Mook en Middelaar weigert vrijstelling te verlenen middels artikel 19 WRO. Terecht oordeelt de Rechtbank Roermond. Dat het gebied binnen de zonering intensieve veehouderij van het reconstructieplan valt doet hier niets aan af.

Op een bouwperceel heeft een schapenhouder nu een stal van 120 m². Hij wil deze uitbreiden naar 250 m². Hiertoe vraagt de schapenhouder een vrijstelling aan middels een artikel 19 WRO procedure. De gemeente Mook en Middelaar wil hier niet aan meewerken. Bij een bestemmingsplan dat ouder is dan tien jaar, kan een artikel 19 procedure alleen gevolgd worden als er een voorbereidingsbesluit is genomen of een herziening van het bestemmingsplan ter inzage is gelegd. De vertegenwoordiger van de schapenhouder voert daarop aan dat het bouwperceel in het reconstructieplan binnen de zone “intensieve veehouderij” valt en dat het reconstructieplan gelijk staat aan een voorbereidingsbesluit.

Die mening deelt de rechtbank gedeeltelijk. Het reconstructieplan kan worden aangemerkt als een voorbereidingsbesluit. De rechtbank acht echter doorslaggevend dat het houden van schapen, gelet op de in het Reconstructieplan opgenomen begripsomschrijving, niet is te beschouwen als intensieve veehouderij. De Rechtbank is daarom van oordeel dat de planologische doorwerking die in het Reconstructieplan aan de zonering intensieve veehouderij is toegekend, geen betrekking heeft op het bouwplan van eiser. De gemeente heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat in dit geval geen enkele van de mogelijkheden om vrijstelling van het bestemmingsplan te verlenen toepasbaar was.

Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Meer informatie Uitspraak van de Rechtbank Roermond

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.