Home

Achtergrond 76 x bekeken

Achteraf corrigeren landinrichtingsrente toegestaan

Als blijkt dat de werkelijke kosten voor landinrichting hoger zijn dan vooraf is berekend, dan mogen die bedragen en dus ook de landinrichtingsrente worden aangepast. Dat blijkt uit een uitspraak van het Gerechtshof van Arnhem.

Een landeigenaar is in 1995 betrokken bij ruilverkaveling. De Centrale Landinrichtingscommissie stelt de voorlopige landinrichtingskosten op 7.382.658 gulden vast. Aan de hand van dit bedrag wordt een lijst der geldelijke regelingen vastgesteld. 210.514 gulden is in deze lijst toegerekend aan de landeigenaar.

Op basis van dit bedrag ontvangt hij een aanslag landinrichtingsrente. Dat is het bedrag waarmee de onroerende zaak is belast in het kader van de landinrichtingswet. Nadat de bezwaren van de landeigenaren zijn behandeld sluit de rechtbank van Groningen de lijst.

Later blijken de definitieve kosten van de landinrichting 7.461.817 gulden en dus hoger te zijn. De landeigenaar bepleit in hoger beroep dat de rechtbank de lijst der geldelijke regelingen niet rechtsgeldig heeft gesloten omdat de schuldplichtigheid per landeigenaar niet goed is vastgesteld.

Het Hof en ook de Hoge Raad oordelen anders. De rechtbank hoeft deze bedragen niet te becijferen. De bedragen moeten alleen objectief bepaalbaar zijn. Daaraan is voldaan als alle bezwaren zijn behandeld. De landeigenaar kan bovendien hoger worden aangeslagen dan eerst omdat de uiteindelijke kosten hoger zijn uitgevallen.

Hoe het verschil tussen de voorlopige berekening en de uiteindelijke kosten is ontstaan moet het Hof nog wel uitzoeken. Daartoe is de zaak verwezen naar het Gerechtshof te Leeuwarden. Deze gaat de zaak verder behandelen en erover beslissen.

Meer informatie Uitspraak van de Hoge Raad

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.